Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
BEL.
BEL.
der, to detract,
Belaitiiïg, burtheuirg ^c^argin^
vfith tcxesy de hulzen zijn be
last, the houj'es are charged
with taxés,
Beleedigtn , y, to harm > irjure,
wrong ^ abufe, rfend; hij heeft
mij beleedigd, he has injured,
or ah'tfed me,
Beleediger, m. abufer, ofender,
Beleediaing . f, injury.
Beleefd, courteous, ciyil,
B:leef'»elijk , ady, courteoufly y
ciyilfy.
Beleefdheid, /. courtefy, ciyitity^
goou'breeding,
Belecmen, v. met leera beftrij
ken, to dawb with clay,
Beleenen, V. to borrow money upon.
to pawn.
Belezen, adj. well read.
Beleven, v. to live up to, to llvt
tn jee ; zijne belijdenis bele
v<»n, to live up tooré'spro/t fHon;
ik zal hec niet beleven , Ipiali
not live to fee it; wij beleven
Hechte tijden» we live in daaa
times.
Belegeraar, m, brpeger,
Beleaeren , v. to bejiege.
Belegering, ƒ. Ciege,
Bele;ggen, v. fchikken, toorder;
zijne rede wel belegi^en, to
order hls jpefch w:ll; Z'jn geld
beleggen, to put ont one*s money
to uje, or to lend it out upor.
ufe ; een touw aan eenen paa'
beleggen, to fajlen a rope to
O plle.
filHegfel, boordfel, n. lace^galloon.
Beleid ,77. conduêt, aire^ion ; mar
van beleid,mö» ofa go^dcondnSi
Belemmeren, v. to trouble, tn im
pede s to o^'flruc* y to jlop^hin
üénK'i is belemmerd van fpraak,
hu faulters in his fpeech,he fpesiks
faultjringly.
Belemmering, f, trouble f hin
drance»
Belend, adj» adjoiftingt conti
Beletten, y. to hinder to prevent,
to flop»
Relet, n, hindrance, /7of; iemand
belet aandoen, to htnti r om ;
doe ik u eenig bekt aan 1 do l
hinder you f
Belezer, m. perfuadcr, inticer ,
charmer»
Belezing, f. perfuafvm, inticing ,
chftrrhing,
Belgen, v, to be dif plea fed , or
of ended at; belg u niet, be
not of*nded,
Uelgziek, belgzuchtig, 7dj. jealous ,
fretting»
Belgziekte, belgzucht,/•^Va/otfy}',
refentmcnt»
Belhamel, m, ringleadtr,
Bel efd, adj. phafed; beliefd,
.ngevolgd, gratified,
Bel efte , f, pleafure.
Beliegen , v, to belie»
Belieging, f, belying.
Believen, v, to pleafe; watisuw
believen ^ what ts your pie a fun f
bet is zijn believen , it is his
mind; naar zijn eigen believen
leven, to lire according tn his
own fancy ^ als *t God belieft,
if it pleaj^s God; wat belieft
u ? what isyr^ur pleafurel what
do you wart? what would you
have ? what do you pleafe^ be-
lieven. involgen, to gratify^
hij tracht haar in alles te belie-
ven, he endeavours to gratify
her in every thirg.
Believing, /. complacency.
Bellen, v, to ring the bell.
Beloeren, v. to lurk, fpie, or to
watch one.
Belofte, f, promt fe; zijne belof-
te volbrenKcn, to fulfil one's
promïfe; eeoe belofte of gelofte
aan God, a vow-
Belommerd , acj, fhady »fhadowed
with trees; eene belommerde
fontein , a fhady fountain
Belommeren, y. to give a fhade,
to incumber,
Belomm^iog, ĥ overftadowin^,