Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
a AAN.
Aindflcftriglijk, örfv attentively.
Aandeel, n- portion , /hare , con
tinzt^t.
Aandienen, tn acquaint; toadvifc:
to inform,
Amdoen .v, tnput on; een rch«:'» r
hemd aandoen, to put on aclet»-
pti't, or jhi/t ; iemand groott
moeite aando<n. to eive ojic
much trouble; iemand gcwelo
aandoen, to cffer one -violence.
Aandoen ng.» ƒ. putii'.g on
Aandrtgor, m, bri.ger.
Aandraven, v, to trot fast*
Aandrang, or. conflraint.
Aandrijven , y. to drive on.
Aandrijver, m, a promoter.
Aandrijving, a carrying on.
driving on , applicative infl'ga^
tion.
Aandringen,y. to prefs on , to urge,
Aandrioger, m, urger,
Aandringing, r, pieffing on , im-
portunity , urgancy.
Aandrukken, v, to j^ueeze toge-
ther^ ta prefs on, to force.
Aanduiden, to denote; to fitow; to
indicate^ to point at.
Aaneen, adv, joined together,
nc,xt to one another y contigtious
^anecnbinden t to connect; to tit
together.
Aace^-rfchakelen« v. to linl
tpgeth&f,
A. r.- onicbakeUng, ƒ, a /hackling.
faji^rJng.
to breed, to beget,
veruanfoiker, m. breeder (f
CüitU*
Aantokking,/ breeding, begetting
Aaugaan, y. to begin , wanneer zal
de reis aangaan f when do yoti
iritend to begiu your jourmyf
bet zal niet aannam, it tyilltmt
€Ome to an eff^.
Aangaan, ondernemen, y. to un-
dertake, atten>pt to entir ihto;
een werk aangaan , jo underta-
kê a y¥ork; eenen oorlog aan-
gaan J/p enter into a war; een
V«rbond aacgaui» to enter into
AAN.
a covenant.
Aangaan, raken, y. to concürn\
het IS als of het h -m niet aan-
«»ng, it is yuji as tf it eid t.ot
concern Aiw;.wat nSlj aangaat,
ady» as for me ; aangaande de^e
zaak, co^'cerning this maittr.
Aangenaam, adj. ucciptable , agrec*
able , plfajtmt, gracinus.
Aangenaamheid , jf, comelinejs •
grace,
Aangenamelijk, adv, accepiahly,
pleafantly.
Aangeven, toereiken, to reach,
to deliver ur.to , to hand.
Aangezien, nademaal, adv, fince.
Aang >rden, to girt; to put on.
Aangrenzen, to border upon', to
touch.
Aangrijpen, y. ro take, or lay
hold of., to feize on,
Aangr jpelijk, adj, apt to he \e\zed.
Aangriiping,a taking hold of.
Aangrocijen, to tncreafe.
Aanhaken, y. to hook on, to
grapple.
Aanhaling, feizure', arrejlins^
Aanhalen , v. to pull or draw
eene fchuit aanhalen , to iiitch
a boat
Anhang, m. adhercncy % fcStion ,
poriy 1 fedt.
Aanhangen , v. to adhere , to
pend on, to fïick to.
Aanhanger, m. an adherent, foU
lower.
Aanhanging, ƒ. an adkeriogt ed-
hefion,
Aankangfel,a. appendix ,fueceff on.
Aanhebben, y. to havaon; zijne
Uecderen aanhebben , to hav$
one*s chths on.
Aanheffen, to begirt (a fo^ g^-
Aatihülpen , y to be helpful ur\to*
Aarhiifen , v. to infligate, abet.
Aauhitfer, Of. injligator y abutor*
Aanhitöng, f, irijiigation.
Aanhooren, y. to giye cap anto^
to hearken ur.to , to hear.
Aanhoorder, coelioorderj
fw , êudittn
J
\