Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
»4
ASS
ÄSS.
pot.a<ch; ßß-we/inefäay, asch-
Woensdag, achdag;
eä, aschvcrwig, aschgraauw.
jfßiv, afchig,
Aßiore, aan land, aan ftrand, ady.:
io goa/hnre, aan land gaan; u
get nßore ^ aan land komen
Aftde, ter zijde, aan eene zijde
aan ecnen kart. van ter zijde
adv.; /O Iciy aßde , aan eene zijde
leiiRcn, vf rtvllen.
To afk, vragen, eifchen bidden
verz' Cken v ; i*Ualkhm,
zal hem vragen; to afk ort V
advice, iemands raad verzoeken.
Apier^ vrager, bidder, vcrzoe
Tter, m.
4ßitig, verzoek, n, eisch,«. vraag.
ƒ.; ft is not wortfi aßäng , het is
geen vr igens waard.
Aßew. overdwar , overhoeks,
adv.; t'ilo kaßew,CchQe\ kijken
Afïant, fchninsch . dwars , adj.
Jßeep, in flaap , adv> ; to be faß
ope(p, vast in Haap zijn.
Aßope,fcbinnsCh,<7/^;.;;9m^ft^ aßo-
pc, fchuinsch maken, fchulnsch
affteken.
/Ifp^nfp tree e$pe.e$penboom,>w.
Jfparagus, fperfie , afperfie , ƒ.
Jtfpal', gezigt. gelaat, n.
Afperity , bitsheid fcherpheid v.
Afperous , fcherp, ru w, adj.
To afperfe, bekladden, belasteren,
berispen, v.
A/parfing, ajperfion, befpren
ging, bekladding, kwade be-
tigngirg,/
'Afpick, nang, ajpis, f,
To -afpirate, borstgalmen , v.
Afpiration, ademhaling, uitfpraak,
To fl/pir<f,trachten, naar haken ,
tiaar (laan, r.
To afpite af ter dominion, naar
hecrlchappij ftaan,
Afpiring, het ftaan naar iets.
Afquint, fcheef, fcheel, loens,
. O verdwars,rt</v.; to look afquint,
fcheel kijken,
re«l,oi ;Jheafs, ezelin\wild
afs, woud ezel; an afes eoU,
ezels veulen; like an
achtig, adj.
herd, ezelhoeder, m,
Afs'driver, ezeldrijver, m,
toalfail, befpringen, aanranden,
'fjfailant, befpringer.aanrandetjW,
To oß''jßnate^ moorden, y.
A/faifination , moord, ƒ.
Jjfc'ßi", moordenaar, m.
Afauit, aanval, ftorm,/«. aanran-
ding, beftorming totakeby
ajfault, ftormenderhand ver-
overen.
Toajf uit, aanvallen , aanranden,
befprirgen, beftormen , op hec
lijf vallen, -v.
Affaulter , befpringer , aanvaller »
beftormer, m
Aß^üilting, befpringing, aanran*
ding, f.
Aß'^y, proef, toets, ƒ.
Afay^maßer, esfayeur, geldbe-
proever, w.
To ajfiiy.. beproeven , toetfen . on-
derftaan, v.; to aßay filyer, zil-
ver beproeven.
Afayer, beproever, muntproc-
ver, esfayeur, m.
Alfaying, beproeving, toetGng, f,
To afemble, vergaderen, verza-
melen, y.
Ajjembly, vergadering, bijeen-
komst , f.
-^/tf^T^jtoeftemming,/".,' the royal
af nt, de koninklijke toeftem-
ming ; of one afent, eendragtlg.
To f7/tfnf,toeftemmen, toeftaan,y.;
thls was aßented to, dit werd
toegeftaan.
To afert, ftaande honden, handha-
ven , beweren, bevestigen, y. ;
to aßert erroneous doärines ^
dwalende leeringen voorftaan.
Afertion, bevestiging, ftelling,
AJferrtor, voorftander, handha-
ver , m,
To ajferve, dienen, helpen, v.
To äjefs, fchatten , y.
Afefemcnt, opgelegde fchatting,A
Afeßorf fcljatter, bijzitter, cd.