Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
ƒ
325
weä.
ffaterman, veerman, fchuiten
voeder,
jraiery , waicrg » adi.
TowahU, met horden bezetrem
Wave, golf, baar, /.; the waves
of the fea, de zeebaren; townve
up and down, op en neer golven
To wave, op en neer flingeren.
golven, y.
To waver, heen en weer bewe*
gen, leuteren, y.
To wfiwl^ fchreeuwen , huilen, v.
Wax, was , fealing wax,
zegellali; ear'Wrx, oorfmeer.
Towax, mctwas befmeeren, y.
iVay, weg, nu wjjze, /.; the
high'Way , de beerenweg ; ly
way, bjweg, bijpad
To way-Uy, belagen, lagen leg
gen, y.
JVayward, kribbig • norscb, boos,
weerbarftig, adj^
Waywardnefs, kwaadaardigheid,
norschheld, ƒ,
Weak, zwak, flap, flaphartig,
week , adj. lijk , cdv,
To wecken, verzwakken, flap ma-
ken, krenken, weeken, y.
jyeakeningt verzwakking,/.
Wenkling , zwakke bloed, m,
kVeaknefs , zwakheid, flapheid,
«^•6' heid, ƒ.
Weal, voorfpoed, m geluk, n
bloei, f.
fViülih. goederen,»?, rijkdom,w.;
C'tmmonweaUh , gemeenebesi.
JV althinefs , rijkdom, m.
H^.althy , rijk, welgegoed, adj.
wfö« , fpercn . v.; io wean a
child, een kind fpenen.
Weanling , fpeneling , ƒ;
W'iBpon , wapen» ecweer ,
/^i'^ïpewcr/, gewaptn-J, adj.
Wec-poule^'s, ongewapend, cdj.
To weaTy dragen, flijten. y.; towtat
clothcs, klecderen dragen; to
' wtar otH ,veiflijtcn , uiiflijten:
to wcQTuway, vcrn'jten,afflijten.
ff^enrer y d'^ajjer, a^fl'irer, m,
iVearinefs , vcrmoeidhe d, ƒ.
tVeaiing , kleederen , ƒ.
wee
IVearifome, moeifeljk, adj.
/Fif«^i/cir»7;.-/jr.mocijel jkheid, geei
melijkheid. f.
ÏVeary, moede, mat, ö/^/. \togrow
wiaiy, moede worden
To v^eaiy , vermoeijv'n, moede ma >
ken . afmatten, v.
IVcajel, wez 1, m.
IP'écthiT, weder, weer, fair
weather, mooi weer; wsather
cock-^ weerhaan ; weather-beat-
en , afgemat, adj.
Toweathsr op laveren,
opioven, te boven zeilen, v.i
weather-moft, meest te locf-
waard.
To weave, weven , y,
H^eaver, wever, m.
iVeb, web , /.; cobweb, fpinne-
web, fpinrag; web of lead, rol
loodt.
To wed, trouwen, y.
Wedding, bruiloft, /. ; wedding*
day, trouwdag, m.
JVedge, wig , wigge , f',to cleave
wood with a wedge, hout met
eene w:gge klievenjwt/^^ of gold
flaafiegoud; wedge offilvfr, baar
z Iver; wedge of tin, blok tin.
fVedlock, huwelijk, n.
IVedneiday, woensdag, m.
IVeedy on4rruid , n.
To weed, wieden, y.
IVeeder, wieder, m.
O'ceding, a ieding; /.weeding*
hook. hark, f.
IVeek, week,/.
IVeekly, wekelijks, alle we-
ken, adv. ; ths weekly bi'l of
morlaliiy, de wekelijkfche lijst
der dooden.
ïVeeï y fuik, f.
To ween, wanen , denken, mee-
nen, y.
lVeenu,n, waan, m.
Toweep, weenen, fchreijen, y.
JVeeper, weener, m.
IVeevil, klai>der, w.
T'^ weigh, wegen, y.
IfeiM^ter, weger, m.
IVeight j gewigt, n,; gold weights^