Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
»78
shr.
ShoTtnefs, kortheid , ƒ.
Shotfrnallfhot
canon fhot, kanon kogel.
^hoycy duw, m.
Tojhove, fchuiven, voonfchuiven,
duwen, y.
Shovel, fchop,/.
Shoulder, fchouder,/. ;(houlder of
mutton, fchapen voorbout.
To fhoulder, op den fchouder leg
gen, op den fchouder ne-
men, v.; pioulder your mufcet,
't geweer op fchouder.
Skout, geroep, gekr jsch, n.
Te fliout, juichen, v.; toptout for
joy, van vreugde juichen.
Shouting, geroep, geju.ch, n.
Show, vertooning,/.
To plow, toonen, vertoonen, fchi j«
nen , gelijken , v.
ó'/zow^r,regenbui,/.flagregen, plas-
regen , m.; hail-piower, hagelbui.
To ptower , nederftorten, llortre-
genen, v.
Showery, regenachtig, buijig, adj.
Showipi, praalachtig, glansrijk, adj.
Shred, lap, w. lapje, fnippertje, n.
To Pired, hakken, kerven , v.
Shrew, feeks, helleveeg, /.
Shrewd ,ioo%, doortrapt, fnedig,
vinnig , bits, adj. Iijk, adv.
Shrewdnefs, loosheid , fnedig
heid, bitsheid, /
Topiriek, fchreeuwen, gillen , v.
Shriek, fchreeuw, m.
Shrift, biegt, /.
Shrill, fchel. luidruchtig, door
dringend, adj-\ to make a firill
noife , een fchel geluid" maken.
Shrillners, fchelluidendheid,/.
Shrimp, gamaat, garnaal, f.
Shrine, reliek-kas, /■
Topirink, krimpen, inkrimpen, v.;
to pirink for cold, krimpen van
koude; that ftuf will pirink,
die ftof zal krimpen.
Sihrinker ,krimper, aarzelaar, m
Shrinking, krimping, in eenkrim
ping, /.
Topirirel, rimpelen, rimpelig wor
ileni y.
si 0.
Sh iver, biegtvader, m.
Shrnud, doodkleed, n.
TWyZiro^,bedekken, bcfchutten, y.
Shfovetuifday , vastenavond, m.
Shrows of a ß'p, de hoofdtou-
wen , het ftaande want aan de
wederzijden van den mast.
Shrub, heester, m.
Shrubby, heesterachtig, adj.
To pirub, wakker afrosfen , y.
To jhrug, trillen to pirug the
Jhoulders, de fchouders optrek-
ken.
ro/Äü(/(ifr,fthudden,triIIen, be-
ven, y.
To Piuffle, door eikanderen fchie-
ten , y. ; tojhupU cards, kaanen
verfchieten.
To piun, vermijden , ontwijken, y.
Shunlefs, onvermijdelijk, adj,
Topiui, fluiten, y,; /wßiut up, op-
fluiten.
Shutter, vcnfterlu^k, n. ; op'n fhe
(hutters, doe de luiken open.
Shutting , flu ting, /.
Shuttle, fchietfpoel der wevers-fr.
Shy, fchuw, adj.; pte l: very ßy ,
zij is zeer fchuw.
Sibilation, geblaas,' s.
Siccity , dorheid, droogheid, ƒ.
Sick, z\tk,adj ; io take care uf
the ftck, de zieken bezorgen.
Tt) ficken , ziek worden, y.
Sickle, {ikkel, zeis, m.
Sickly, ziekelijk, onpas fel'jk, adj.
Sickline fs , ziekelijkheid , f.
Sicknefs, ziekte, /.
Side, zijde, f. kant, m.; pain in
the fide, pijn in de z jde; h: is
on our fide, hij houdt bet met
ons; on every file, ^^nzWa kan-
ten; on both fides, aan beide
z jden; to change fides, van
partij veränderen; thé itjhli,
het binnenfte, de binneukant;
the out fide ^ de buitenkant, hat
buitenfte ; fide-blow, zijdeling-
fche flag.
To fide, iemands zijde of partij kie-
zen , y.; ßrie wiih one , het
met iemaiid hóuden, iemancïè