Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
■'V
m
8(54
RIP.
rising ofa ßip, het want van.
eeii fchip.
K}^{ier, iiiiruster, m,
Jifggiß, wild, fiiGgy adj»
Right, regt, behoorlijk.aäf,; right
over againft, regt tegen over.
Right, regt, tt, ; Ï have a right to
it, ik heb er regt toe.
To right, regten, regt doen, v.
Righteous, regtvaardig, adj. 1 jk,
adv.
Righteoufly , regtvaarditjiijk, adv.
Righteoiijuefs, regtvaard'gheid, ƒ
Rightful, regtmatig, wettig » adj
lijk, adv.
Rightly»regt»ï^asr behooren, adv,
'Rigid, Ürcng, hard, adj,
■Rigidity, ftrenghoid, hardigheid,
Rigntir, ftrengheid, hardigheid,
ftrafheid, huivering, f.
Rißorous, ftreng, ftraf, adj I)
RHlct, kleine ftroom, m*
Rim, rand , m.
To rime, rijpen, v.
Rime,nip,m.
Rind, bast, fchil,/.; the rtnd of
a tree, de bast van een' boom
the rind of an orange , du fch 1
van een' oranjeappel.
P^vig^ ring, m.; ear rir.g, oorring
curtain-ring , gordijnring ; c
fine-ring of hells, tQt\ fraai klok-
kenfpel; \ring dove , r ngduf;
ring-leader, aanvoerder , bel
hamel; ring'worm , haarworm,
douworm.
To ring , luiden, bellen of fchel
len, y.
R.ingerf klokkenluider, m.
R ngleader, belhamel, roervink
eener kabaal, m.
To f;V^,fpoelen, v \rinfe theglafs^
fpoel het glas.
To riot, muiten,zamenrottcn, v
Riot, ongebondenheid,/
Tl/o/tff, oproermaker, m.
Riototds, ongebonden, baldadig
adf, lijk, ady.
Riotouf'nefs. brooddronkenheid,
ongeregeldheid, f,
To ripi open fcheuren, lostornen
rob.
oprijten, v.
Ripe, rijp, adj»
To f/pf«,rijpen, rijp worden, ».
RiPenefs, rijpheid,/.
Ripper , oprijter , f.
To ripple, \L9hhe\en, (als water),y.
Äf/f, oorfprong, opgang, m,
To rife, opr jzen, opftaan,ontftaan,
r jzen, opgaan, y.
Rifing, rijzende, opkomende, adj.
Rifky gevaar, n.
Rite, plegtigheid, f.
Ritual, plegdglijk , adf,
Äfyfl/,medeminnaar, medevrijer,
mededinger,wa. meden innares,
medevrijster, /.
Rivalry, medeminnarij, /. na-
ijver, m,
To rive afunder y opfchenren, op-
fpl.jten, oprijten, v.
To rivet, in een kroukelen , y.
River , rivier, /. ftroom, m.
River horfe, rivicrpaard, o.
Rivet, klink nagel ^ to rivet a nail,
eenen fpijker omklinken.
Riyuut,hee)i]e,
Roach, voorn , (visch,) m,
/ioj^, weg,gemeene weg, m.ree*
de, ree om op te ankeren,/.
To roam cbout, omzwerven, y.
Roamer , zwerver, m.
Rnaming, omzwervrj, f,
To rofl'r,hruJlen,loeijen, briefchen
gieren, y ;we heard the lion roar-,
wij hoorden den leeuw brullen;
the fea roars terribly, de zee
bruischt fchr kkel jk.
R nfl , gebraad, n. roafi meaty
gebraden vleesch, n.
To roajl,braden, y.;toroafimtUton,
fchapenvleesch braden ; to
roaß apt)l-:s, appelen braden.
To t(b, berooven, beftelen, v.
Robber , roover, d cf, ftriiikroo»
ver, m.i fea^robbery zeeroo-
ver.
Robbery ;rooveT\j, f.
Robe, labbasrd, n,
Robin, redbrcaß , roodborstje , n,
Robidfi , rohißious y (tQsk y grof,
kloek, adj.