Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
i
MAL.
MAN.

Jll*joriiyi meerderheid, meerder-
jarigheid , f.
Mojorßip, raajoorfchap, n.
Naize, mais, turkfche tarwe,/.
jl\lake, maakfel, j o/'ivhife makt^^
tÜalUi, houten harnet, m,
J/fl/Zewr maluwe ƒ kaasjeskruid,«,
Milmfty , malvezij-w jn, w.
Malt, mout, n,; malt kiln, eest m.
mouterij,/.; malt making,mout*
is if? van wiens maakfel is het ?! making, /.
To make, maken, doen, v.; tomake M.itfler, monter , m,
■a law, eene wet maken; to Mäherfatlon, ontrouwheid,
tnake a vow, eene gelofte doen; lage list,
J ptallmake himgo, ik zal hem Mimmtts, poppetjes, n.
doen gaan; I cannot mike him Mammocks ^ ßukken en brokken.
hclieve it, ik kan *t hem mtfMjm'noriJl, mammon, wercldscli
doen gelooven; to make hafle,^ mensch . m.
zich haasten, haast maken; to. Man,mznyVeiQVisc\i,m.; young man ^
make ready, vervaardigen, ge-
reed maken; to make clsan,
reinigen, fchoon maken.
Iifakebate,twhtüo\{er,wiTgQest,m.
J\faker , maker, m»
Making, making, het maken.
Mtlady, ziekte, /.
Malapert, moedwillig, baldadig,
ftout, adja malapert fellow,
« een moedwillige gast.
Malapertly, moedw lüglijk, bal-
dad glijk , ady»
Maiapertnejs , moedwilligheid ,
baldadigheid, ƒ
Male, man, mannelijk , w.: v:ale,
of the male kind, vaa bet nuai-
iielijft genacht.
Malecont'.nt, misnoegd, onte
vrede n, adj,
Malecontent, misnoegde, m,
J\falediëlion, vervloek ng, ƒ.
MAefaSlor, misdadiger, kwaad-
doener, to punifh malejac
tors, misdadigers ftraflen.
M^lf.vslence, kwaadwifligheid, /
MiUvolcnt, kwaadwillig, adj.
Malice, bonshed, kwaadheid,
kwaadaardigheid, ƒ, fpijt, m.
M-ilicious , boosaard g, kwaadaar
dig , adj, lijk , adv.
To malign, kwaad toewenfchm, v,
Maligner, boosaardig mensch , m.
MilignUy, boosaardigheid, /.
Milkin , fions, vul wijf, «.
Mall, nialebaan,/
Mallard, wilde waird, m,
hLülcable, rekbaar,
jongman ; a merchant man, een
koopvaardij fchip; man (lay^r,
dood/lager; /wö« o/wiir, krijgs-
man, w. oorlogfchip, n.
To wfln,beraannen,niet volk bezet-
ten , v,',to manapiip, een fchip
bemannen.
Tu manuele , klu steren , y.
/I/ii»a<J/tfx,kluisters,handboeiien,/.
Manage , r jperk, n.
To manage, beftieren, bewind heb-
ben , beleggen, waarnemen, be-
zorgen, behandelen,y.; to mara-
ge a hotjg, een paard berijden.
Minageable , beftuur*
baar, adj.
Management, bewind, beftuur,
behandeling,/, overleg,
Manager , bew ndsman, waarne-
mer, bewindhebber, zuinig
man, m.
Managery , handhaving, /
Manation , voortvloeijing uit
iets, f.
Müuchet'hrtad, geraspt brood, n,
Jo mancipate, tot eenen Haaf ma-
ken . y.
.IfmcipL', fpifsverzorger,
Mandamus, bevelfchrift, n.
Mandate, bevel, n.
Mandible, de kaak , f.
To manducate, kaauwen, y.
Mane of a horfe, maan van een
paard, /
yjanes, fcbim, f.
Maneater, menfcli^n^ter, w.
Manjui, dapper, manner;!:, m^n-
i a
A