Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
j8O
KET.
i\
i,-
Kam, fcheef, averegts, adj,
KiQrel, roofvogel, m»
Tü kaw, krasfen, y,; to kaw for
hreath, naar zijnen adem hijgen
T) keek, oprogchelen, y,
Keckinff , oprogcheling, ƒ.
O kedge, met een fchip het tij op
of af drijven , y.
Keel, kiel van een fchip, f koel-
vat, n,
To keelhale, kielhalen, y.
Keen, fcherp, hits, doordringend ,
adj,; keen fight, fcherp gezigt;
keen Jiile, bitfe ftijl.
Ksenïy , fcherpelijk , bitfelijk,
adj,
, fcherpheid, bitsheid, ƒ
To keep, honden,bewaren, feehou
den, onderhouden, y \ I 'wns
fatnto keep my bed, ik was ge-
noodzaakt mijn bed te houden;
keep back, terughouden^
io keep holy^day, fpeeldag hou
den; to keep in, inhouden,
bedwingen ; to keep a noife^ ge
tier maken; to keep in, afhou-
den, afweren; to keep out,
buiten honden, uithouden; to
keep filent, ftilhouden; to keep
fiUnce, (lilzwiigen; to keep at
home, tehuis blijven; to keep tin
der, onderhoudep, beteugelen.
lUeper, bewaarder, houder, be-
houder, m,; the keeper of apri*
fon, cipier.
Keeping, bewaring, houding, f.
Keg of }iurg9on, vaatje met ge
zouten fteur, w.
Ken, bereik, gezigt, «.
Kennel, goot, riool. n,; dog-ken
ne!, hondehok, hondekot, n-
kennel of hounds, jagthonden.
K'^chh f, hand- kerchief neusdoek,
h' ofddoek , halsdoek, m,
Ketrr, icrfche foldaat, landloo-
per, m,
To ktrn, korrelen, r.
lürnel, pit, kern, korrel,/.;
kerneis of Hefh ^ klieren ; kerneis
in th" throat, de keelklieren.
^rr:/ï,kits, m, (zeker vaartuig.)
KIN.
Kettle, ketel, m,; ketlle-drum,
keteltrom, m,
K.ey,{\cuteU m,; tohe und-rlock
and key, achter her llot zijn;
key-chain , lleutelring; keyhole ,
fieutelgat ; key keeptr , turn-
key, fluiter.
Kibe, kakhiel, m.
Kiek , fcliop , w.
To kick , fchoppen, achteruitflaan ,
V.; to kick at one, naar iemand
fchoppei?; to kick one dotvn
jlatrs, iemand de trappen af-
fchoppen; tokick a foot-call,
eenen voetbal voortfchoppen.
Kicker, fchopper, m.
Kicking, fchopping ,f\a kicking
hor je, een fchoppend paard.
Kid, geitelam,/.
Ki d^r, koornbijter, m,
To kidr.ap , ronfelen , v.
^'tf«<j^p^r,zielverkooperronfelaar.
Kidney, nier , ƒ.
Kilderkin , halfvat, n,; kilderkin
of beer, halfvat biers.
To Af/i, dooden,doodflaan, om-
hals brengen, flagten, ombren-
gen, y.
Killer, dooder, doodflager, m.
Killing, dooding, ƒ.
Killow , donkerblaauw, adj.
Kiln, oven, w.; brick-kiln, t'gchel-
oven.
Kimbo, krom, gebogen, ad;.
Kin, maagfchap, verwantfchap,
ff.; he is nokinatalltonie. hsj
beftaat mij inhet geheel niet.
^f«^, foort, flag , ƒ. ',yffhatkind of
a thing f wat foort van ding is
het? of all kinds, van allerlei
foort; mankind, menfchelijk
geflacht.
Kind, vriendelijk, verpligtend,
g edertieren , goed , adj, \befo
kir.d, wees zoo goed.
To , oniftekcn aanfteken,
ontvonken ,v.;to kutdle a fire ,
vuurmaken ; kindiens a rabbit,
jongen; his anger was kindled^
[ zijn toorn was ontftoken.
\Ki:iiiler^ ontfttker, *a.