Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
INQ.
part of the temple, het binnenfte
gedeelte van den tempol.
Jnn, herberg, f.; inn-keeper,
herbergier, m.
hnnte, aangeboren, ingefcha-
pen , V.
hnayigable, onbevaarbaar, on-
beze lbaar,
Inner. binnen , binnenst, adj ; ay.
inner chamber, eene binnenka-
mer; the inner part cfahouje ,
het binnenfte van ecn huis.
Jnnermoft, allerbinnenfte, adj.
Jnobferyabte, onbefpeurlijk, adj
Innocence, onnoozclheid, ƒ.
Innocent, onnoozel, onschuldig,
adj.; innocents day, feest der
onnoozele kinderen.
Innocentlyy onfchuldiglijk, ady.
To innovate, vernieuwen, iets
nieu WS invoeren, veranderen, V.
Innovation vernieuwing, invoe
ring van nieuwigheid, /.
Innuendo, fchets van ter zijden,/.
innumerable, ontelbaar, adj.
Innumerablenefs, ontelbaarheid, ƒ.
To Inoculate, inenten, v.
Inoculation y inenting, zetting , ƒ
Inodorous, dat zonder reuk is,
adj.
Inoffenßye, onbeleedigend, on
fchadelijk, adj
InordinateyOTïitichxkx ,onordenie-
lijk , ongeregeld , a^j.
onderzoek, ».navorfching,
nafporing, f.
I'^quietude, ongerustheid, f.
To inquirey voornemen, onder-
zoeken , navorfchen, door
fuuffelen, y.
Inquirer y onderzoeker, navor
ICher, m*
I quiry , onderzoek , n. navor-
Ichtng, verneming,/ ; tomake\
a ftriéi inquiry ^ een naauwkeu '
rig onderzoek doen. |
Inquifitfon.rej^i^TUjk ononderzoek
n. fch rpe onde'vraging, f.;
theSpiHß} 'nqnißtiov, de Spaar-
fche inquifitie.
Inquiptiye yotidttzot^tn^, we;r
INS.
173
gierig , adj.
Inquißtor, onderzoeker, ender-
zoekmeester , geloofs-onder*
zoeker, kettermeester, m»
[Hfpnity, dolheid , ƒ.
In fat table, onverzadeli)k , adj.
Infatiablenefs , onverzadciijk*
heid, ƒ.
Infatiably, op eene onverzadê»
1 jke w jze , ady.
To infcribe, infchrijvcn, y. ^
Infcription, opfchrift, n.
Infcrutable, ondoorgrondel jk, on-
navorfchelijk, adj.
To infculp, graveren , y.
InfeSt, bloedeloos d ertje , n. ,
Injectatior, vervolger, tu.
Inftcure , onveilig, adj.
Infenfcte, ongevoel g, adj.
Infer.ßble,ot\%Qyt^tV%.adj.\ jk,
/rï/dwyïWtffltf/x, ongevoelighc.d f.
1 ijeparn ^le, onaf fch ï" delij k, aav.
[fijeparablenejs , onaffcheldelijk-
heid, f.
Tu infert, invoegen ,inlasfchcn,y.
Infertion , invoeging , f.
Inftde, b nnenkant, m. binnenlle
zijde, ƒ. binnenfte, n.
Infight, doorzgt, inz-gt, n.
Infignificant, van geen belang,
Inßgnificancy , nuttelooshe d, f.
To infinuate, inboezemen, te ken-
nen geven, vcrwittgcn, aan*
melden, indringen, y,
Infinuation , inboezem ng, verwit-
tiging, Indring'ng, ƒ.
lufipid, fmakeloos , laf./r^/ ^in"
fioid mtat fmakelüoze fpijs ; an
ihßpiddifcourfe, eene laffe reden.
ƒ ƒ/fip idfty. fm Jk e 10 os he i d , /.
To inßll 9 aaaftaan, aanhouden,
aandringen, voJhardcn, y.
Ir>fot^ ce. baldadigheid, trot?ch-
h2id, /.
IhjvU-.iy moedwlli^, vermetel,
tro:^ch, adj.
Itifohable , onoplo'fojijk , adj.
[rifohentot:maij«iij om t'j tjjta-
len,
Inf>n.u^ h, zoo da-, in voege , corr,
To f^lpetl, naauvy bcz.e» , toc-
3