Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
INF.
h^ucem'nty beweging,aar^Iokking,
invoering, inleîHing,/
Totniui, bexieeden , aandoen,
begaven, v.
To in iulge, toegeven , involgen, v.
Indulgence, toegeving, loegefe
lijkheid, kwijtfchelding,
Indulgent, toegevend, involgend,
zachtzinnig . adi.
To indurate, hard worden , v.
Indujlrtous , nijverig, vlijtig, ver*
nuffig , fnedig , adf, lijk adr,
Induflry, vyilx., nijverheid, naar-
ftigheid, /.
To inebriate, dronken maken , be-
drinken , befchenken, v.
I Inefdble, onuitfprekelijk, adj.
\ Inefeêiuil, vruchteloos, ver-
geefsch , adj, lijk , odv.
I Inefficacious, zwak , krachteloos,
( adj,
Jnept yonbckwium, beuzelachtig,
I adj,
i Ine^ual, ongelijk, adj,
\ Inequality, on^eX , f.
i Ifieflimable , onwaardeerbaar, on-
fchatbaar, adj.
1 Inerrable, onfeilbaar, adj,
\ Inevitable, onvermijdelijk, adv,
Î Inexcufable , onverfchoonbaar,
onvergefelijk, adj.
\ Inexhaufiible, onuiiputtelijk, adj.
Inexorable, onverbiddelijk, adj
Inexpedient, ongepast, adj.
Inexperience, onervarenhe d, f,
•1 Inexpiable, onverzoenl jk , adj
\ Inexplicable, onuitlegbaar, adj,
^ Inexpugnable, onwinbaar, aaj,
{ Inextinguijhable, onuitbluschbaar,
adj.
X Inextricable, reddeloos, alj,
I Infallibility, onfeilbaarheid, f,
^Infallible, onfeilbaar, onbedrie-
gelijk, zeker, adj. lijk ady,
'J Infamous, eerloos, aj.
i Injamoufly, eerlooslijk . adv,
i Infamy, eerloosheid , f,
'i Infancy, kindschheid, minderja-
righeid,/.
f Injant, kind, k ndje, n.
INF.
17'
f^ifdniitide,, k ndermoord.
Inftntry, voetvolk , n
Infutgible, onvermoeijelijk, on-
vermoeid , adf.
To infatuate , verdwazei,
Infatuathm , verdwa in, f,
To (///ffi!'? , befmetten , v r^' ft igen,
V.
InfeBion, befm^t^ting, ontft^l'iog ,
befmettelijkheid, f.
hfeäious, if. feci ive, bermettelijk,
verderfelijk, adj.
Inference, gevolg:rakking , ƒ. be«
fluit, n
To infer, inbrengen , befluiten, ge-
vo gtrekken, bewijzen, v. ; he
inferredf/um thence, hii te loot
daar uit.
Inferior, mnder, la^jer, adj.
Inferiority , m ndeiheid,/. lagere
ftaat, m.
Infernal, ondera^rsch, helsch , ':if.
Infertile, onvruchtbaar, adj,
Ififertility , onvrudicojarheiJ, f,
To infeß , kwe len, plagen, y,
Irifiie'l, ongelcovige. m.
Infidelity , ongeloovigheid, on-
trouw , f.
Infinite , oneind g,eindeloos, xdj.
Infinitely , oreind glijk, adv.
Infinit'r.efs, oneindigheid , f.
Infinitive, onbepaald, adj
Infirm, zwak , onfterk , onpasfe-
li k , ziekel jk . adj.
Infirninry, ziekekaner, ƒ;
/"yJrwfjf, zwakheid,/
To infix, inhechten, mprenten , •••
To inflame , verhitten , ontftsken ,
ontvonken , v.; infl med with/u*
ry, in toorn ontrtoken.
Infiimi^g, ontfteking, ontvon-
king, /.
[rnfiummation , verhitting, onrfte-
king,/ brand, m,; an ihfi.nt'
matton in the b->dy, eene ont
ftekiug in \ ligchaam;
Inflation , opbla^ing , xwelHng . /.
inflexible, onbuigzaam,
r^y? .r/W/f/^, onbuigzaamheid f.
To infliä, oplegden, y.-, infl'äd
pumßment, opgelegde ftraf.
H 2