Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
i68
INC-
ImpnUT, verwijter, aantijger, w.
Impüting y toefchr jving , f,
In, i n, prep.; he is in the room, hij
is in de kamer; in the mean time ,
ondertiisfchen, middelerwijl;
in my opinion mijn gevoe-
len; in the time to come, voor
het toekomende; in the af ter-
noo«, des namiddags; in order,
ordenteh k; in order io , ten
«inde otn; in obedience, uit ge»
hoorzaamheid ; in the duy time\.
inc,
ïncapaàty , onbekwaamheid^
onvermogendheid, onbevoegd-
heïd, V.
Incarnate, bevleeschd, adj. ; God
incarnate. God mensch gewor-
den ; devil incarnate, ge vi ces di*
de duivel.
Incarnation « vleeschmaking , be-
vleefching, mensch wording, ƒ.;
the incarnation of Chriß, de
menschwording van Chr;sius.
Incautious, onvoor^fgtig.
bij dag; writing, bijgefchrirt;l/«tf^22/^/flf^, brar.dfUchter, m.
indeed, inderdaad; inall places,
overal, op a Ie plsatfeu; tn
time, me'tder tijd, bijtijds; in
wierook,»;, reukwerk,«,
To incenfc ,o^\\ïxUn , vertoornen,
tergen, v,
atrice, op ftaanrievoet; a bovk^Jncettfor, ophitfer, terger, w.
in the prefs , een boek dat opy^ctf»^«^, opbitfing , venoorning,
depers is; hand in hand,\i^nd\ terging,
aan hand, gezamenlijk; to go lncentiye, aanprikkelend, ĥ
in, ingaan; to come in, onzekerheid,/•
men ; to look in , in zien, Incejjant, geiladig , adv.
Jnabilityy onvermogen, onver-
mogendheid , on bek waam
heid, f.
Jnacceftble, ontoegankelijk, onge-
naakbaar, adf*
JnaSlion, ina&i^ity, ftilftand, m,
werkeloosheid, f.
Inadequate ^ niet evenredig, adj
inadvertency y onb?dachtheid, on-
achtzaamheid , ƒ
Inanimate , onbezield , adj,
zwakheid, gebrek van
krachten, krachteloo:heid, ƒ.
Inanity , ledigheid , ƒ.
To inarch, inenten s y.
Inarticulate, onduidelijk gelaat.
/^tf/mwcA, tiademaal,
To inaugurate , inwijden , y.
inaufpicious, ongelukkig, adj.
Inborn, aangeboren, rtfl/.
Incantation y betoovering, bezwe-
i^ng, ƒ.
' iflCflfïfdWr, bezweerder, toove*
naar, nt.
Incapable, onmagtfg, onbekwaam,
onbevoegd, adj.
Incapability , onbekwaamheid, ƒ
To incapacitate , onbekwaam ma-
ken «onbevoegd maken, v*
Incefantly, onophoudelijk, ady.
Incefl, bloedfchande; ƒ.
Incefluous, op eene bloedfchan-
delijke wijze.
Inch, duimbreed, duim, m.
Incident, gebeurlijk , toevallig,
adf.
Incident y voorval, toeval, w.
Incidently, toevalliglijk, adv»
/ffc/^o«, infnijding, opening , ƒ•
To incite, aanfporen, aanprikke»
len, nopen, aanfporen, y.
Incitement, inciting, alnprikke-
l:ng , aanporriog, ophitüng,
noping,/,
Incivil, onbeleefd, ongefchikt,
ongemanierd, onheusch, adj.
lijk , ady.
Inclemency, onbarmharrigheid, f
Inclinable , geneigd , adj.
Inclination^ neiging, geneigdheid,
genegenheid, ƒ. trek, m.
To incline neigen, hellen, genegen
zijn, y.; his colour inclines to yel-
low. die kleur trekt naar geel.
Inclining, neiging./.
To hchifler, kloosteren, v.
To incltide , infla' ten, befluiten, y.
Incluftvey inlluirend,/.