Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page

I MM.
To ifUqueate, verftrikken, v.
illation , belTbit, gevolg , n.
lllegal,ot\v/eii g,ongeoorloofd,£r</;«
Illegality, onwettigheid, /.
Illegally, onwettiglijk . ady.
Jlliberal, vrekkig, gierig , adj.
Illicit, ongeoorloofd, adj.
Illiterate oogeleefd,
adj,
onpasfelijkheid, ziekte,/.
Toillude, befpotten, bedriegen, y.
To illuminate, verlichten, y.
illumination, verlichting, vuring,/
Il'ufninations, vreugdeiichten , n,
Illujion, beguicheling, valfche ver
toonlng , f. bedrog, n,
illufory ^ bedriegelijk, adj.
To illuprate , verklaren , ophel-
deren , V.
lllaHration, verklaring , f.
Jlluflrious, doorluchtig, vermaard,
adj.
Image^ beeld, afbeeldfal, n.; ima^
gC'maker,bQeldeTimi\ier,m,',ima
ge'worjhip, beeldendienst, m,
imagery , beeldwerk, n.
Imaginary, inbeeldelijk , inge*
beeld, adj.
Imatfination , inbeelding; f.
Imaginary., verbeeldehjk, adv.
To image, inbeelden, verbeelden ,
bedenken, y.
Imbecilitv, zwakheid, onnozel-
heid,/
To imbibe, indrinken, inzwelgcn,v.
To imbltier, verbitteren, v.
To imboliien, verftouten, v.
To imbofs, dr jven » y. ; imboff'ed,
work ^ gedreven wejk.
Imbrftng, drijving van beeld-
werk , ƒ.
Imitable, navol haar, adf.
Imitate, nabootfen , involgen,
nadoen, y.
imuating., raboorfïng, ƒ.
/w/rö/ör., nal'ootfer, navolger, w.
imitatrix, navolgfter, f,
immaculate, onbevlekt, adj.
Immarcesfible, onverwelkbaar,
adj,
To immafk, vermommen, y.
IMP.
IÖ5
Jmmaitrial^ onftoffelijk, adj*
Immature, onrijp, adj..
bnmeafuiühie , onmeetbaar, j^fy.
Immediate, onmddclijk, adj.
Immediately, aan(londs,terllond,
van (tonden aan, adv.
Immemorialy onheugelijk, adj,
immenje, ommeteljk, ongeme*
ten, overgroot, adj.
To immerfe , indompelen, v.
Immethodicali ongeregeld, f-
Imminent, nakend , dreigend ,
adj,\ an imminerit danger, een
nakend gevaar.
ImmoHliiy, onbewegelijkheid , ƒ.
Immoderate, onmatig, overda-
dig, onbefcheiden, ad\.
Immoderately, onmatiglijk , over-
dadiglijk, ady,
immoderation , onmatigheid, on-
befcheidenheid , ƒ.
immodefi, onzedig , ongefchikt,
onbefchaafd, adj.
Immodefily , onzedigl jk, adv,
Immodefly, onzed gheid, onge*
fchikiheid , ontuchtigheid , f,
To immolate, opofferen, y.
Immolation ^ opoffering, ƒ.
Immoral, zedeloos, fnood, adj*
hnmortal, onfterfelijk, adj.
Immortality , onfterfelijkheid , f,
To immortalize, onfterfelijk ma»
ken, vereeuwigen, y.
Immovable, onbewegelijk^ adj»
Immovably, op eene onbewege«
lijke wijze, ady.
Immoveables^ ontroerende goedf^
ren, vaste goederen,
immunity, vrijheid, tolvrijheid,
onbelastheid,/, vrijdom, m^
To immure , inmuren , y.
Immutable, onveranderlijk, adj,
imniutaVility, onveranrterl jkheid.
Imp, nikker, tn, duiveltje, n, ent,
griifïe, /.
To ïw/),ent(n,korten, afknippen,
v.; to imp the wings of one''sfiime^
iemands roem bezwalken.
7 O impact, hard ineendrijven , y«
To impair, verergeren, befnoeijen^
verminderen , verzwakken ,