Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
15»
gro.
GRü.
Gtuvous, angry, xeer toorng.
Grievoufnefs, zwarigheid, iisie-
lijkheid, gfuwelijkheid, fl
Grifon, fcnffioen , m.
Grig, kataal, ƒ.'
Grillade, geroosterd Vleesch, n.
Grim , grimmig,barsch, ftuursch,
norsch,<ijy. lljk, grim
look, norsch gez gt.
Grimnefs, barschhcid, norschheid,
fo
Grimace , fcheefbek.
To grin, grijnzen , v.
To grind, malen, flijpen, ; to
grind corn , koorn malen ; to
grind the knarfetanden,
to grind a kriife ,een mesHijpen;
to grind colours, verwen vrij
ven-
Grinder, maler, fljper, m.
Grinders, baktanden , m.
Grinding , maling , üijping , ƒ•
Orind-Jione , flijpfteen , m*
Grinner, grijnzer, m.
Grip, kleine Hoot; grjppel, ƒ.
Gfijpe, greep, neep,/, handvol,
/;; the gripes in the helly, buik
pijn , darmrijping.
To gripe, grijpen, nijpen, n
Griper, woekeraar, m.
Griping, grijping, nijping,/,
Grifly, vervaarlijk, adj.
Griff, meel, n.
Griffly, kraakbeen, n,
Grijliy, kraakbeenig, adj*
Grit, grove gort, /.
Gro^n^ zucht, f,
'To groan] iuchten, kermen, v.
Groaning, gezucht, gekerm , n.
Groat, vieriiuivers ftuk,
Groce, gros ,
Grocer, kruidenier, m.
ten.
^rofs, grof, plomp, adf,; a groß
error, eene grove dwaling; the
erofs of the armv , het gros van
het heer; in grofs, m het gros.
GröJ/?;', grovelijk, piompelijk,«^'.
ét adv^
Gr0stiffs, lomphe.d , onwelle-
vendheid, /,
Grot, qrütto, grot, fpelonk,/*
Groye, bo&chje, n.
Ground, grond , m. vloer, aarde ,
/. »rs give ground,to quit ground,
wijken, aarzelen ; to keep his
ground, z jne plaats houden; to
till the ground, het land bou*
wen; groundtvjf, ' aardveil,
ground'pine , veld-cipres ,
m^grounds of drink, grond^o^i
to ground upon^ op iets ftaat ma-
ken, fl:eunèn, y.
Grounding, fteuning, ƒ.
Groundfel, grondslag, drempel,
m.
To grow , groei jen, wasfen, y,;to
grow up, op wasfen, opgroei jen;
to growbig, dik, of lijvig wor-
den ; to grow rich, rijk worden;
it grows day ,\\tt wordt dag; to
growintofafhion, in hergebruik
komen , de mode worden.
Growing, groeiüng, ƒ.; a fine
growir.g westher, mooi,groei-
• zaam weder.
To grov/l, morren, knorren, v.
Growting, gemor, «.
Qjown, gegroeid, gcwasfen, {ge-
worden ; fuit gfOW^ ; völwïiV.
fen; grown outofufe, verou-
derd.
'Growth, wasdom, aanwas, en
toeneming, ƒ,
Grocfff^Wizrff, kruideniers waren. Grw^», wormpje, ». dwerg,«
Groin, lies , /.
G^oom, ftalknecht, m*
Groove, groef, /.
Grudge, wrok,w. wangunst,^haat,
m ; grudge of conference ,knsL'
ging van het geweien.
To grope ,tSL${eTi, voelen , vatten,'To grudge, wrokken, benijden, v.
betasten, grabbelen, y. Grudging, benijding,/,
Groper, taster , m* ' Gruel, water-^grucl, havergorc. /.
Groping ,XKSi\tï%,f,; 10 go groping iTo grumble , nurren, knorren,
in the dark^ in het duister tas > pruttelen, v.