Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
GAk
ÏV gatn, winnen, verwer^rcn, v.;
to ga\n his end, zijn oogmerk
bereiken.
Gainer, winner, m.
Gainful, voerdeclig, profijte
lijk, ad],
Mainijig, winning, /.
To gninfay, tegenfpreken , we-
derfpreken, y.
Qninfuyer y legenfprekcr, m,
Gai/.faying, tegenfpreking, f.
Gale , koeltje, ».; a frefh gale of
u^ind, eene frisfchc koelte.
Gall-nut, galnoot, ĥ
Gall, gal,/.
Gall-bladder, galblaas, /.
To gall, ftnarten, vellen, v.
Gallant, fchoon, tretfelyk , fraai,
aardig , hupscb, braaf,geestig,
zwierig, adj.
Gallant, minnaar, m,
To gaüant y^re^Xtn , lieflcozen ,y.
Gallantly, treffelijk , adj, & adv.
Gallantry, zwierigheid, /.
<^allery, galerij, wandelrij, f.
Galley, galei-, /. roeischip , n,
Galley^flave, galeiboef, m,
Gallion, galjoen, n.
Galliot, galjoot, n.
Gallon, achc pinten.
Galloon, gallon , mantelkoord, n
to face with galloon ^ met ga
lonnen bezetten,
gallop, m.
To gallop, te vier voet rennen ,gal
loperen, v.
Oallojhes, overfchoenen.
Gallows, galg, /.
G(imboles,krommQ fprongen,«
Gambler , valfche fpeler,
Game, fpel, wild , n jagt, /.
Tn game, fpelen, tuifchen, y.
Gamejler, fpeler, tnifcher,
Gaming, fpel, getuisch, n»
Gammon, ham ,
Vfander, gans , /.
Gang., gezelfchap, rot.», troe J, m.;
heisone cf the gang, hijiseen
van 't rot.
Gang-ways, in a /hip, de gang*
boorden, in of doorloopen in
gar.
HS
een fcbip.
To gangrene , bederven »Verrot-
ten, y.
Gantlet, ijzeren handfchoen,/.
To gantïop , fpitsroepen, y.
Gak, gevangenis , /. kerker, nu
Qnoler, cipier, m.
Gap, opening, kloof, fchenr,/.
vak , bres,/.; to fland in the
gap, in de bres (laan.
To gape, gapen, geeuwen , v,; to
gape at one, iemand begapen.
Gaper^, gaper, geeuwer,
GapimJ »gaping. gceuwing ,f',ga*
ping fellow, gaapftok.
Garb, gewaad,». garf,dragr, f».
Garbage, ingewand, «. pens, /.
To garbage, ontdarmen, y.
To garble, ziften, verlezen, y.
Garbler , verlszer , z/ter, m.
Garbling, verlezing, zifting,/,
Garh9il, geraas, getier, n.
Garden, tuin, hof, w.; kitchen^
garden , moestuin; fiower-gar»
den, bloemtuin, garden of pleo'^
furey lusthof.
Gardener, hovenier, tuinier, tuin»
man, m.
Gardening, hoveniering, tuinie-
"Dg, /.
Gargarifm, gorgeldrank ,
Togargarize.Atn mond met eenen
drank fpoelen.
To gargley gorgelen, v. f
Gargle, gorgel, m, gorgelpijp,
/.
Garland, tuil, kransje, m,
Gar/fc*, look,knoflook,«. i,aclnyt
of%arlick,tQn bolletje knoflook.
Garment, kleed , gewaad, n, the
wedding garment ^ hetbruiiofts
kleed.
G<ir«tff,fchuur,/. koorczolder.^jr«
To garnijft, verfieren, oppronken,
optooijen, ftoiferen » verzot-
gen, voorzien, v,
Garnipier,o'piooy\eT, ftoflèerdeT,»?.
Garret, zolder, w.
Garretteer, vlieringbewoner, /•
Qarrifon, bezetting, ƒ, garni-
zoA), n%