Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
r3ö
FIT.
FLA.


race, hec gefchubde vee.
Fire, vuur, brand , w.;/o;?;«^.'
a fire, vuur aanleggos; fire
brand, ftokebrand , m.; fire
flioy-l, a!bfi:hi»p, /.; fi^e-pan .
bedpao, vuurpan , ƒ.; firelock,
fnaphaan , w.; fire jbip , bran
der, m,; fi^s-vnood. brandhout,
n ; fire-ball, bon
fires, vreugdevuren , ».
To fire, aan brand fteken,vuurge
ven;?o fireagiin, een' fnaphaan
. affchieten; to fire upfin the
eneitty , op denvijand losbran
den.
Titer , brandftichter, m-
Firkin, kinnetje , n, ; a firkin of
butcer, een kinnetje boter.
Firm , vast, hectu, adf.
Firmament y geftnrnde hemel , m.
uitfpanfel, w»
F' m'y , vasiclijk , adv.
Firmnefs, vastheid » vasiighC;d,/.
Fh.tree, fparreboom,
Firfi. eerst, vooreerst, j/f/ ; at
the firft, ten eerfte, in the
fir {I place, in de eerfte plaats.
Frjl-born, eerstgeborene, m,;
firft'frnits, ecrfte vruchten.
Fir filing, eerlteling, m.
i-V/A,visch, m,;frejh wcter-fi/h
riviervisch , meervisch; fea-
fi[h, zeevisch;zoute
visch; fiPi'bone, graat, visch
graat; fifn-pond, vijver; fipt
hook, vischhoek; fifh-fpawn.
huit vischzaad; pphmorket
vftchraarkt.
Fifh^mnngervischkooper.
Ti ftflit vis fchen, v.
Fi pier, fi/hr man. visfchcr, m.
Ffner sbiat visfchers fchuit.
Ffiiiryt visfcherij, ƒ.
FpJïngy hec vi fchv-n ,
Fifliing-rod, hw'n^elroede, ƒ.
Fifhing'ltne, hcngelro?r. «.
F fare , fpl:ei, reed,/.
Fll , vuist, m*
Fi^kuffs vui tgevechi, n,
Fiptiia , firvtel, m.
Fit 9 bekwaam, dieoilig, beta
mïlijk , raadzaam, adj,; more
thsnfit, meer dan betamelijk,
' lo think fii, goeddunken.
Fit, vlaag , biü ,/. overval, (loot;
me; fco!ding-fit, fcheidende bui.
Po fit, pasfen , voegen , y.; tht
fefhoes ,deze fchoe-
nen pasfen mij niet; lo fit up a
fhip, een fchip uitrusten; to
fit up a h.ufe, een huis op«
fchikken.
F-tches, wikken, ƒ.
F^tly , bekwamelijk , ndy.
Fitvefs, bekwaamheid, betame*
lijkheid, /.
Fitting, pasmaking, ƒ.
Five, vijf, /
lo fiv , vastftellen, vastmaken ,
bepalen , v.; Ptfix a day ^Qtïïen
dag bepalen : to fix upon a
fit fubh^, een bekwaam on-
derwerp verk ezen.
Fixidity , vastheid , /.
F'x:ng , vasfhechting. /
FlMy , zacht, poezelig, bol, adj,
Flaccia, flap , week, adj\
Flacciaity, flipheid .weekheid
Fiag, vlag ,/; to fit up a fiag ,
eene vlag opfteken.
Flagelet, fluitje,
Flaooti, bierkan, flap,/.
Fiail, vlegel, m.
Flake , f,; afiakeoffnow,
eene fneeuwvlok ; a ftake o
i. e, ecne fchotsijs; fiake ofiron9
ijzervonken..
Flaky, fchilferachtig, /.
F'am , verdichtfel, «.
Fiambea'*,', fakkel, toorts, /.
Fhme, vlam./.
A' ft urne, viamroen, v.
Famingi met vlammen, ady.
Fi^my', vlammig, adj. ^
Flammation, ontvlamming, f,
Flammtous vlamachtig, idj.
Flank zijde, f,'; ihe flank of a
bapion^ ftfijkweer, ftrijkhoek,
van cen bolwerk
Tftfia'k^ 'e^ïi den verfteiken, y.
F 'hkfr, llnjkhoek , m.
Flannel9 flanel, r.