Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
TJl
F AU.
FEA.
FaflfMoas, ve-fmadelijk, wal
pcnd, adf,
Falli'-'r, vast ng,i, feijlir,g-dav ,
vastendagen
Faflly, vasfelijk, fiiel ijk , adl
Frlstnou) . prachtigjtrot'ch, 'adi
F.'t t vet. fiij '<, tomake fat. vo
me^{e^; tnqyowfaty vet svor-
den: vet ge--est.
•Fat, vet, ff
F.itcl, noodlottig, verderf^ijk.
dooJelijk adf,
Fctality, noodlottigheid, on-
geval, n.
Fatally. noodlottig, OBvermijde-
lijk adv,
Fate, noo-il- t ,
/V.^/i^ - , vadcf, m, ; father in iayv
fchoonvider, m ; pep^fafher.
ftiefradcr; grand futhei, groot
vader; f fler-faiher, v«^edfter
vader; god father, doophef-
fer, gevader, peter; fore'fa
theii. voorvaders; thd f tkeu
of the ehurch y de oudvaders
kerk aders
Father.ik-., vaderlijk, adi.
F.uherhood, vadeifchap, n,
F.uh-rlefs child, weesk nd; n,
vaderlijk, rt/^v.; a futhe
iy care, eene vaderlijke zorg.
Fathom, vadem, vaam, m,
/^/iiZ/c^j/, voorzeggende, waar-
zeggende, aij,
To fatigcte, moede maken, ve-
moeijen, v.
Fatiguc, moeite, nffloovtng . f
Tofat^fue ont*sfelf, zich a.ma'
ten. »ich vermoeijen. v,
Fa'rHtfs , vetheid, v^tt jihe d .
To fanen , vetmesten, v.
Fattcning, mesting, veima^ ng )
F..ufei-y /.w;k, tap, m,
\Fault, fout, feit, fchuld, ƒ. m>
Ilag, m misdrijf, to fin
/örv/i, berspen, bedillen.
Fau tfindcr .'berisper bediller,
Faut.fihdïrtgy ber sping^bedill n»;,/
To fauJteTy hape) en, ftamelen, v
he faulte'5 in his foeech, hij ha
pert in z^jne uiifpraak ^ re^ea
h^perair, ftameraar .. nt*
•tltv gebrekkelijk, fchuldig, vol
fo 'en , adv,
' r, gunst, toegenegenheid,
w -ldaad . f ; under favour^
tnet verlof onder verbetering,
n *c welnemen; n favour nf
hi'r., ten gevalle van hem , ter
gunftc van hem, ten voordeele
van hem.
Io favour, begunft'gen, v.
Ftrvourable, gunft g, a^j. liik, adv*
Fdv 'Urablenefs , cunft'gneid , ƒ.
Fnvpnredy bégiinftigd , part,
Fa^-ourer , begunft ger, m,
Favouring , begimftigng, /.
Favourite y gunfteling, m,
Fawty hertje,
To fawn, herten werpen , v.
To fiAwn npon vlc jen, Ihcelen, y.
Fawuing fellow i vlejcr,
FctUiy, getrouvvhed, f.
F/ary fchr()om,-w. vrees, be-
vreesdheid , vervaardheid , ƒ.;
for feary uit vreeze.
To fear, vreezen , fchroomen , y ;
to fcar God, God vreezen.
Fearful, vree<achüg, vreesfelijk,
adj,; he h.d a femful iook, h j
had een vreesfelijk gezigt.
^F' irfuily, vreesach fgl jk , adv,
Fea fulnefs, vreesachtigheid, be-
vreesdheid, f.
Feajlefsly, fchromeloos , onver-
faagdci jk, adv
F atlefnefs, fchromeloösheid ,/*.
Fcafib'edoenli k, adj,
Frifibiityy doenlijkheid,/.
FciV -nt faifant, m,
Feajimaaitijd, f. gastmaal, n,
A fly gastmalen, onrhalen, y.
F- gastmaalhoud ng, ƒ.
F r, gastheer, m,
F ty aard;f, fr?ai, net» adj,
a daa», /. feit, n,
F'ather^ vetler, pluim, veer^ f. ;
t'\-thi' bed, een vederbed.
To fra. her. met vederen opfchik-
ken , V.
Fi'atly , aard glijk , netjes, adv%
Feature, wezenstrek,/.gelaat,