Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
J20
FAI.
FAM.
Fair? 9 gaarn, gevoegeliik; adv.;
I wnund jriH hnov, ik zonde
gasrne weren ; 1 anAfr.in P, d(
f ', iU ben bereid dk te doen
Faint, flaauw, flap, adj.
To verflaanwcn, bezwn
ken, kxvalijk worden, zwi»-
men ;to/airiiavay, bezwij-
men.
Faht'blue, bleek-blaaiiw , n.
Fahihearted, flaauwharriglaf-
hartig , flaphartig, tf^//. iijk , adv.
Faintheartednefs, Haphartighcid,
lafhartigheid , ƒ.
Tni. lirig, ve flanuwing, bezwü
kirg, zwijming, ƒ.; cfdtKthg
fit, eere flaauwte.
Fcintly , fiaaiuvelijk, adv.
rmr.thtjs, flaauwhcid, ƒ.
den;/;;# corn falls, het koorn
flaat af; to fall out. gebeuren,
gefchieden, uitvallen , kijven ;
to fallout with ones met iemand
kijven; to fall inmihonc, met
iemand zamcnf))annen; to fall
in-with the enemy,den vijand
han<»gcmeen worden, to fall,
fhort, t? kort fchicten ^ to fall
to one''s piare, iemand ten deel
vallen.
Falling, vervalling, neerval-
% > ĥ
Falling out, krakeel, ; the
falling*ft ckr.ejs, de vallende
ziekie, f.
Fallacious, bedr/egelijk, adj\
Fatlc.cy, bedrog, «.
Fallo^v, vaal, brack , adj.
Fair, fchoon, braa', fraai, op- Fallow-deer, vaal hert, n. \ fallow-
regtf, mooi, adj.', fair dealing .i
opregte handeling,
Fcitly, opregtelijk, fraai, adj.
Fairrefs, fchoonheid , opregc
held, fraaiheid, mooiheid,'/
Fair, jaarmarkt, kern-is, f.
,/fl/ry, toovernimf, /.,* fairies of
the, woods., boschgodirnen,
woudnimfen.
Faiih, geloof, n. troin^,'/!;
Chrifiian Juith, hct Christelijk
geloof; to violate Im taiih
zijne trouw breken.
Faithful, getrouw, opregt, 7'r/y.
lijk, adv.'', faithfully tranfh..-
ed, gecrouwe'iik vertnald.
Fa'-t^'fulnefs, getrouwheid
Fr. it hiefi , ongeloovig, trouwe-
loos , adj
Fakhivn, krom houwerije, u.
talcor. , valV ,
Folcony, valkerij,
w.; A./ ofwatery^i^^^ •
val; downfall, neerftooting.
To fall, vallen , v. ; fall upon,
op vallen , aanvallen ; to": fall
away, vervallen; to fall down ,
neervallen; to fall dowh wit',
the tide, met het getij afzak-
ken ; to fall afleep, in 11 aap
vallen; to fall ftck, ziek wor-
ground, braakland; to iay
fallow , braak liggen.
Falleti, vervallen , part.; f allen
cheeks, ingevuileue kaken.
Falfe , valsch , bed,iegeii k , adj.
Ffilfety, vaifi elijk , adv» iUa',
falfly, valfchelijk handelen.
Falfehood., falfenefs, valschheid,
b:driti;t,'ijkhciti, ƒ,; ^ti^a -a:-
pahle faljehood, hi-t is eene tas»
tL'l'jkê valschheid, leugen.
To falfify, vervalfchen,r.; tofalftfy
wrres, waren verval fchen.
F.iftp'er, vervalfcher, m.
falfifying, vcrvalfching,
Falfuy, valschheid, /.
Td fatter, ftameltf n , ftoiteren , y.
Falterxngly, ftotttrend, adv
famc, faam, vermaardheid, f.
Serncht, n. naam, m.; to get a
fame , vermaarii worden , in
. naam komen.
beroemd, adj.
Familiar , gemeenzaam lijk ,
adv.
Fnmiliarity, gemecnzaamlieid, /".
To familiarize , gemeenzaam ma«
^ ken.
.'^öwi/v» buisgezTn, geflacht, ge-
zin , n. ftam, m.
Faminêi dure tijd, hongers-