Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
FAC.
F A I.
129
ttpoa extremfSy tot uUfparig-Ugtheid, gemakkelijk-
heden vervallen. I hed,/".
Excwnely, bijrter, geweldisr, adj,, Facinojous, fchurkacht g, adf.
'Jo gxtricate ,or\twir[en ,omWik fjß, daad',/: felt,; a heinous
kelen, klaren, onthalen, v.
Exuberat.eey overvloed, m.
Exuhfrant, overvloedig, adf,
'Eo exulceratt, verz.veren, ver-
toornen , v,
fady eene fnoode , een
gruwelijk ftit; a maner of
faH, eene bedreven daad,
wezenlijke zaak , gebeurde
zaak, dadelijkheid.
To exult, verhangen, opfpringen /ji3i9rt,zamenrotting,zamenfpan-
van vreugde, v.
Exultation, verblijd,ng , f,.
To exund'ite, overvloe ien.
Exandation, overvloeg ng.
Eye, oog, n.;a caß of the eye, lonk
met het oog, oogwenk; the
apple of the eye, de oogappel,
eye-brows , wenkbraauwen ,
wenkbraauwen;tf:K^-w//n^/>,oog-
getuige, f.; eye^falye , oogen
zalf, f, ',eye'flnp, ooglap, m,;
one^eyed, eenoogig , adj,
Eyelefs, blind, adj,
FA.
K^/tfj verdichtfeljVerGerfel, n.
fabel,/
To fabricate ,ho}xvicn, ft chten, y.
Fabriek , werkzaal ,ƒ. gebouw, n
Fabulous, verd cht, verfierd, id:
Fabuloufly, op eene verllerde
wijze, adj.
/öctf, gezigt. gelaat, n. gedaante ,
ƒ. «O put on a new face, van ge
laat veranderen ; a brazen face,
onbefchaamde iron e; a wry
face , een zuur gezigt; to make
faces , fcheeve bekken trekken.
To^ace bekijken .v.;/«» facetheenc
my. den vijand het hoofd bil den;
to face t garment, een klee'd
omboren, bezetten, beleggen;
fair faced, fchoon van gelaat;
bare-faced^ ombewimpeld.
Feceiieus, boertig, kluclugjßi/.
1 Jk , aiv. V
Facetioufnefs, boertigheid, kluch-
tigheid, f.
Fiele, Igt, gemakkelijk, adj.
f 5
ning, oproerigheid , f aanhang,
m- partijfchap,/*,; to keepupa
faêiion, eenen aanhang ftijven
Fa^ious, oproerig, muitzuchtig,
muitziek, adj. lijk , od'>.
Factioufnefs, oproerigheid,/,
FaSinr, koopmans handeldrijvef,
faktoor, commisfionair, m,
FaSlorfhip, faktoorfcbap , ».
Faêiory, reedfel, n.
Faculty, vermogen, verlof, ,
vermogendheid. magt, f-, thi
faculty of phyjick , het genoor«
fchap der aaiuurkunde; the fa"
cullies of the foul, de ver moge ni
der ziel.
%)faddle, follen fpelen,
Faddlinz . gefol, n, •, fiddicfnMc ,
wisjewasjes.
To fade . verwelken, verdwijnen «
verzwakken, veifleifen, v.;
beauty fades away, fcfioonhüd
verdwijnt; that flower begins to
fade, die bloem begint te ver-
welken ; a iaded jiowir , eene
verwelkte of verflensde bloem ;
* a fading colour, eene veifchie-
tende kleur.
To fadge , wol ftaan, voegen , y.
Fagot y takkebos, m.
Fagot-man, houtboer, m.
Fail s fout, feil, ƒ.; without faU^
zonder fout
T<ï fail, misfen feilen, bezwijken,
begeven , bedriegen , v ; my
memory fails me , mijn geheu-
gen begeeft mii; h'shf art fails
him, zijn hart bezivi.kt.
Failing, fciiii g, miffing /.
1 Fathi ye , fout, f, mi^ilag, m. ver-