Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
m

ill
doc.
gen, raden , y.
Divinely, goddelijk, op cene
goddelijke wijze, aJy,
Dsyining , waarzegging, ƒ.
Divinity, godgeleerdheid, god-
heid , /.; the divinity of Chrijl,
de godheid van Christus.
Diviftble, deelbaar , adj,
Diyifion, verdeeling, verdeeld
heid , oneenigheid , /•
Dtvifor, deeler, m,
Diiyorce, echtfcheiding, /.; hill of
divorce, fcheidbrief» m.
To divorce y echtfcheiden , fchei-
den, y.
Divorcer, echifcheider, m.
Divorcement, echtfcheiding, ƒ.
To divulge, gemeen maken,
verfpreiden, ruchtbaar ma
ken, y.
Diuretical, diuretic, pisverwek
kend, pisafdrijvend, afzet-
tend , adj.
Diurnal, dagelijksch, adj,
Divulger, verfpreider, w.
ruchtbaarmaking, ver-
fpreiding, ƒ.
Dizzard, een zot, m,
Dizzy, duizelig , ijlhoofdig , adj.
Dizzinejs, duizeligheid , duizel
achtigheid, ƒ.
To do, doea, verrigten, of te pas
zijn, y,} what does he there?
wat doet hij daar ? that won^i
do, dat gaat niet, dat is niet
wel; I wi{h he may do well,
ik wensch dat hec hem wel
mag gaan; how doth he i hoc
vaart hij, hoe gaat het met
hem? hcw do you do ^ hoe
vaart gij? l do pretty well, ik
vaar redelijk wel; / do not
know it, ik weet het niet.
Do-ally bedrijf-al, albefchik« m.
Docible, docile, leerzaam., adj*
Dnciüty, leerzaamheid, ƒ.
Doek, ftomp, f, ftuit, m, \ dcck
for flips, fcheepsdok , «.
To dock, den Haart korten, v,
Docked, gekortllaart, part^
fiQGkety kort begrip, n^
DOM.
DoBor, leeraar, doktor, ?».
Doüorpiip , leeraarfchap, dokto
fchap, n.
DüSlrinaly onderwijzend, adj,
Dodlrine, leer, geleerdheid, /.
Document, onderwijzing, onder-
rigdng, / voorfchrift, n,
Doddor, vrange,(zeker kruid.)
To dodge, omwegen maken , twij-
felen, y.
Dodger, wijfelaar, draaijer, wis-
pelturige, m.
Doe, hinde, /.
Doe-rabbit, zeug, f.
Doer, doener, dader, m ; evil*
doer, kwaaddoener, m,
To doff, afdoen , afligten , y.
Dopng, afligting des hoeds, /.
Dl g ,'hoDd , w.; lap dog, fchoot-
hondje; dryg-ftar, honds ge-
flarnte; di^g-days, hondsdagen,
dog-kennel, bondekot j dog^
briar, egelantier,
To dug, iemand nagaan, volden
als een hond, y.
Dogsipi 9 hondsch, norsch, grij-
nig« adj. lijk, ady.
Dogma, Jeerftuk, n.
Dogmatical, üeilig, meesterach-
tig, adf,
Digmatijl, nieuwsgezinde, m,
To dogmatife, onderwijzen, y.
Doing, daad, /.
Dole, gefchenk, n aalmoes,
Té d»le, begiftigen , y.
jammerlijk, beklagelijk,
droevig, adj,
DolefuUjy op cene beklagelijke
wijze, ady,
D'illar, daalder, rixdollar^
rijksdaalder, ni.
Dolorijic, pijn verwekkend ,
Dolorous, pijnlijk , droevig
Dolphin, doifijn, m.
Dolt., plompaard, botmuil, m»
Doltifii, plomp, bot, dom, adj.
lijk, adv,
plompheid, botheid,/.
Öo/wf gewelf, n kom,/.koepel, m^
Domeftic, huifel'jk,iniandscb,ö<//.;
domestic newti iolandfcbe tijdiog«