Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
De lustige Jager. . 51
Ik zweer u Maaijer! al bij mijn lijf,
Nooit mogt ik zulke vreugde rapen.
Vrieseman! zeide zij, Vrieseman!
Nu trekt andere kleeren an.
Wapen u, want 't geldt uw leven.
Omdat men om een wijf niet zeggen kan
Dat de Vrieseman is dood gebleven,
Zij lieten daar het spreken staan.
En gingen elkaèr met zwaarden slaan,
En sloegen met blanke zwaarden,
De Maaijer sloeg er de Vrieseman dood
Zoodat hij viel van zijne paarde.
De Maaijer op zijn graauwe ros sprong.
En hij hief aan een lied en hij zong
Hij zong luid men kon het hooren:
Sta op, sta op, Jonkvrouw fijn!
De Vrieseman die is hier voren,.
■ Het vrouwtje van hare bedde opsprong
Waarvoor een gouden gordijne hong,
't Was luttel tot harer baten;
Zij liet haar eigen getrouwden man in
Die haar om deze reden ging haten.
Zeg eens zeg eens, jongvrouwe mijn!
Waar nu mijn beste kleedeten zijn?
En wilt ze mij nu hier geven;
Maar gij hebt ze den Vrieseman aangedaan
Met kostte,hem ook zijn jong leven.
Nu wil ik gaan op dit termijn.
En begeven mij in een kloosier fijn,
Al verre vun deze landsdouwe,
Adien! want ik moet gescheiden zijn.
Van mijn overschoone vrouwe.