Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
? De'lustige Jager. 48>
Die laclitea met groot geluid,
Eu wezen haar vonnis uit.
Als dat ze moesten rijden
Zes uren op 't houten paard,
Tot spiegel der jongvrouwen,
Die haar kwamen aanschouwen;
Zij riepen genä met kracht.
Maar zij werden braaf uitgelacht.
Oorlof gij dochters verheven!
Die gaarne hadden een man.
Wilt voor den dienst u mijden.
Dan zult ge op geen ezel rijden.
Als deze drie maagdekens jent,
i-eden binnen de stad Gent.
Aardig lied van een JoDgman
en een jonge Üochter.
Ik ging mij onlangs vermeiden.
Langs de groene klaverweiden.
Haar zag ik tot mijn plaizier.
Een zoo schoon Venusdier.
Ik voegde mij nevens haar zijde.
Ik ging mij met haar verblijden.
Zij zweeg zoo stil gelijk een lam
Mij dacht, ik ia den hemel hemel hemel kwam
Mij dacht dat deze Maget teer.
Kwam dalen van den hemel neer.
Ik ging aan haar voetjes leggen,
En zij liet haar al gezeggen,
En ik sloeg mijn dartel oog
Soms een weinig naar omhoog;
Zoo dat ik haar minnestralen