Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
De lustige Jager.
De Kapitein hoort haar spreken,
Vraagt Gasten! hoeveel zal 't zijn,
Dat ik u hand zal geven,
Want ik zie en de raad verheven;
Gij zijt er nog jong- bedaard.
Want gij hebt nog geenen baard.
De jongste van hun drieën,
Sprak tot den Kapitein,
Zij zullen ons niet vervaarden,
Al hebben wij geen baarden;
Tot strijden zijn wij gfjzind.
Want Oranje is onze vrind.
Den Kapitein hoort haar spreken.
Hij gaf haar een goed be.scheid,.
Acht ducatons zal ik langpu,
Wilt ge die op hand ontvangen?
Zij zeiden: ja kom aan.
Want wij willen eens d inken gaan.
Zij kregen het geld in fassen.
Zij gingen bij dag en nacht,
Met de soldaten krioelen.
Zij lieten in Venus doelen.
Haar schieten met groote bracht.
Tot haar geld was doorgebragt.
De Kapitein kwam het le hooren,
Van zijnen Sergeant,
Dat het "drie vrijsters ware.i.
Dat bragt hem in bezwaren;
Hij sprak: hoe ben ik gebrast,
ilt ze doen zetten vast.
Zij werden terstond gevangen,
Gebragt voor de krijgsraad,
Haar zag men haar gchreijen tieren,
Voor alle de Officieren;
. 47