Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
De lustige Jager. . 45
"Miin Grietje loopt dan naar de kroeg,
Soms wel voor vijf zes uur;
En is de kost niet gaar nog dan,
Dan schreeuwt, zij overluid.
Dan moet helaas! ik arme man,
Danzen de deuren uit.
Dan sta ik op de straat te zien.
Al voor mijn deur hoort aan,
''Ik moet mijn schamen voor de liön,
l'at ik moet vlugten gaan.
Ik moet dan staan daar op schildwacht
Met pijn en groot verdriet.
Somtijds mijn vriend den heelen nacht
Al voor mijn hooze Griet.
''Heigeen dat mij nog spijt het meest,
Dat ik moet dragen mooi,
Veel krabben van mijn vuile beest,
Ken Rotterdamsche fooi:
Ik ben vol krabben hfel beklad,
Gelijk een ieder ziet.
Mijn aanschijn ziet gelijk mijn gat
'i Komt van mijne hooze Griet.
3k zeg 11 Jongmans! voor het lest,
l'at gij wel voor u ziet;
Och vrienden! leer van mij het best.
En trouwt geen kwade Griet.
Mogt ik mijn Griet, dat zeg' ik klaar
Ke drommel schenken gaan;
Mijn vrienden! voor zijn Nieuwe jaar,
Pan was het eens gedaan.