Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
§ "De lustige Jager.
D. Minnaar! ea zeg mij eens waaronc^
Dat gij mij zoo bemint,
Daar is zoo menig schoone blom,
Ik ben nog maf»r een kind,
Neem uwe lust, laat mij met rust,
Gaat naar een ligze trant,
Waar gij uw minnevoijkjes bluscht,
Steek vrij uw schuit van kant,
J. Och Isabel! uw goud geel haar
Staat in mijn hart geplant,
Uw oogjes staan zoo wonder raar,
Als eenen zon die brandt,
Uw fiere gang, en zoete zang,
Is voor mij medicijn,
Daarom Zoetlief! en wacht niet lang
Genees mijn minnepijn.
D. Des Jongmans woorden zijn zeer zoet
Ja somtijds extra fijn,
Zij toonen dikwijls groote moed,
Om eens bemint te zijn.
Waarna de maagd, zich dan beklaagt,
Men vindt er akoo veel,
Alwaar een knecht zijn roem op draagt^
Üe bloetn is van zijn steel.
J. 't Is waar mijn uitveikoren Lam!
Maar ik en ben zoo niet,
Ach, mftak u toch op mij niet gram,
Ik wensch je geen verdriet,
Gij'wQrdt'mijn vrouw, in echte trouwj
Uit regte kuissigheid,
Mijn hart en bloed dat is voor jon,-
Tot dat de dood ons scheidt.
D. Gij praat voorzeker wonderschoon!"
Maar liever blijf ik vrij;