Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
? De'lustige Jager. 40>
de Nacht.
Stille nacht' hoe eerbiedwekkend,
Is uw doffe duisterheid,
"U'anneer gij uw zwarte sluijer,
Om het zwijgend halfrond spreidt.
Statig zijn, o maan uw schreden,
Als gij op de wolken klimt,
't Jeugdig grasje ademt teerheid,
Daar het in uw schaduw glimt.
Zephir zweeft op zoele koeltjes,
uoor het soaiber dennenwoud, ^
In deez' tempel, waar de Godheid^
Haar gewijde woning houdt;
Kotj, O deelgenoot mijns levens!
■ O Maria! reik me uw hand,
Voel hoe mijn verteederd harte,
Van een zuivre liefde brandt.
O hoe statig blinkt de schepping.
Mij in 't scheemrend duister aan,
Sterker kloppen onze harten,
En mijn org ontrolt eea traan;
Maar bij 't uur der jongiste scheiding,
- Daar, o dierbre lotf^enoot!
Daar verbreidt vm ook de nacht reed^
O, die stille nscht des dools. ^
S^an, maar beef niet. o Mari^i! .
Liggen wij gevoelloos n^'f^r,
En de maan ziet ons dan ui nmer,
In haar koele schaduw weer.
Schrikken wij niet voor dat tijdstip
Na den langen nacht, der tijd;
Zien wij reeds den morgen gloren
Ia 't verschiet der eeuwigheid.