Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
§ "De lustige Jager.
Ons weer bij elkaar doen wonen,
Daarom staak toch uw verdriet,
^aar dan wel. enz.
Vaar dan-wel, vergeet mij niet,
Eeuwig dierbaar aan mijn ba'te,
Denk 'k aan u in stille smakte,
Tot de dood mijn eindperk ziet,
Vaar eeuwig wel vergeet mij niet.
Aan de Maan.
Schoone maan! zegt ziet gij heden,
Daar gij 't halve rond bespiedt,
Schoone maaul zegt ziet gij heden.
Mijn geliefde Philis niet?
Ja gij ziet haar, want geen wolkje,
Dekt uw helder blinkend oog.
Gij kunt onverhinderd turen,
Aan den hoogen sterren boog.
Onverhinderd! ach, wat zeg ik?
Dak of venster zal misschien,
U! O Nachtvorstin! beletten,
Om mijn levenslust te zien!
Nijdig dak! afgunstig venster!
Laat het oog der zilvren maan,
Door u digt gevoegde reten,
Tot mijn lieve Philis gaan.
Maar zoo gij, o lust des hemels!
Mijn bevallig meisje ziét,
Zeg dan dat haar trouwe minnaar,
Haar zijn teedfe groete biedt.
Zegt met een verhelderd blikje,
Door een schitterende gloed,