Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
? De'lustige Jager. 19>
De Schoorsteenveger.
Del Mondo zeer vermaand,
In 't hoekje van den haard,
naar volop valt te stoken,
Is daar de schouw raet roet,
Dan wordt op staande voet,
Van Mondo's kunst gesproken.
Soms schreeuwt de keukenmeid,
En raast van enkel spijt:
Daar is een vlok gevallen.
Gelijk een pruikebol.
En heel de stoofpan vol,
De spijs deugd niets met allen.
Mevrouw komt op 't gerucht,
Vraagt: wat is hier voor klucht?
Waartoe, Klazijn! dit morren?
'k Geloof het wel Mevrouw!
Zie eens, de gansche schouw,
Zit vol met roet en lorren.
Wel nu, roep Jan de knecht,
Ga spoedig heen, en zegt,
Dat hij Del Mondo hale;
Eu zwijg'raet uw geraas.
Hier speelt geen meid Je baas,
Verstaat gij dit, brutale!
Zoo deelt öel Mondo's kunst
Ook ia Mevrouwen gnnst,
De schoorsteen moet toch zuiver;
Zelfs waagt eeu burgervrouw.
Bij 't nad'ren van de kou.
Daartoe haar laatste stuiver.
De propre zind'lijkheid,
Dient, waar men spijs bereid.
2