Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
§ "De lustige Jager.
'k Geloof wel d»t er nog- wat is.
En 'k was dan in mijn schik gewiä^
'k Kon dan met vreugde roemen.
Mija dochterije mijn lieve meid,
'k Begrnp wel wat u 't meeste vleit,
Ea wien ge u hebt verkoren,
Voorzeker wilt gij eén student,
Olaar maakt mij dan de reen bekend
Dat die u kan bekoren.
Ja, lieve moeder, ja, ja, ja,
Dat raadt ge best, van tralala,
'k Verheug mij in uw raden;
Kom moeder, geef mij een student,-
L>an is mij allés exelént,
Bebloempt zijn dan mijn paden.
Studenten toch zijn braat en goed,
Het dapperst en het edelst bloed.
Vloeit immer door huu ad,ren;
Zij minnen zeer het vaderland.
En wijden het him gunsch verstand,
Op 't spoor van onze vad ren.
Zij durven ook bij 't krijgsgeschrei,
Het «taal te gorden aan den zij, ''
Geen vijand doet hen zwichten
Maar in des vredes zoeten tijd,
Zijn ze aan Minerva's dienst gewijd,
Om 't menschdom te verlichten.
En dan zoo zacht, zoo lief, beschaafd.
Met veel gevoel en smaak begaafd,
Zoo geestig en zoo aardig;
Ja, niemand mint de meisjes meer,
En niemand kust en vleit zoo teer,-
Zij zijn beminnenswaardig,