Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
? De'lustige Jager. 13>
Maar ondertusschen kijkt sinjeur,
Eens om het hoekje van de deur,
Verlangt om wat te knappen; bis.
En zoo als hij de deur opdoet,
IJaar valt de balimand met goed.
Van boven van de trappen, bis.
Wel vrouwmensch! zegt sinjeur wat's dat?
Het antwoord is: wel nu Jan Gatf
Wat zou, wat zou dat wezen? bis.
De wasch betreft uw vrouw alleen,
Uie zal u aanstonds Daar ik meeü,
De wetten komen lezen. bis.
Sinjeur vraagt spoedig om pardon,
Daar het niet anders wezen kon,
't Was crime majestatusj bis.
Maar toen Anna de keukenmeid,
De zaak in kwetsie had bepleit,
Verkreeg hij pardonatis. bis.
Want pas bevöréns had Katrijn,
Uit Ursijn en uit Valatijn,
Zeer bondig kl4ar gelezen: bis.
Hat leed te doen aan eene waach,
üeen cvimemajestatis was,
Ons was de zaak bewezen.
Aria.
Ik ben een meisje frisch en jong.
En ben Goddank nog vrij,
Ik haat een treurend hangend hoofd,
Romannen zotternij.
Ligt vliet mijn bloed, ik min de scherst
Ik miü ook zang en dan^;