Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
279. Wordl elk interval van ieder akkoord boven zulk
eene stem door een cijfer aangewezen?
Niet altijd: men heeft vele vereenvoudigingen aangenomen,
om de opeenhoping van cijfers te vermijden.
1. Gewone becijfering der aliUoorden.
De drieklank wordt nooit door cijfers aangewezen.
Wanneer alzoo boven eene noot geen cijfer staat, wordt
die drieklank gespeeld, welke op dezen toontrap
in den aangegeven toonaard ligt. In C-majeur, b.v.,
wordt boven c de groote drieklank, maar boven d
de kleine gespeeld, enz.
Het sext-akkoord wordt door 6 aangewezen;
het quart-sext akkoord — f of « j
het septime akkoord — 7;
het quint-sext-akkoord —
het terts-quart-akkoord — 4 of
het seconde akkoord — 2;
het none-akkoord — 9.
ï^. X)e verplaatsingsteelcens.
Wanneer bij noten een verplaatsings- of een herstellings-
teeken noodig is, wordt dat naast het cijfer geschreven ,
b. V. h 5, 6, 3, enz. In plaats van een kruis naast
het cijfer, haalt men er ook wel een streepje door, b. v.
3, H, enz.
3. Xiigijing der intervallen.
Deze wordt niet door de gewone becijfering aangewezen
en blijft aan den speler overgelaten. Wanneer men de
ligging echter bepaald wil aanduiden, dan moeten alle
intervallen van het akkoord in die volgorde, waarin zij
boven elkander zullen voorkomen, door cijfers worden
aangegeven, b. v. L Dit beduidt, dat bij den grondtoon
eerst de quint, daarboven de octave en daarboven eindelijk
de terts moet genomen worden. De intervallen, welke bij
wisselende akkoorden tegen den bas moeten blijven liggen,
worden door een dwarsstreepje aangewezen.