Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
i
-zzz^z
r F
"Voorbeeld van. uitwiilcende inodulatie.
268. Hoe ontdehl men op welke plaatsen er is nitgeweken ?
Men ziet het aan zulk een akkoord, dat niet meer tot
den vorigen toonaard behoort. Bovenstaand voorbeeld vangt
aan in C-majeur; bij 1) treedt het dominant-septime-akkoord
van G-majeur in, en hiermede is bij gevolg naar G-majeur
uitgeweken; bij 2) treedt het verminderde septime-akkoord
in, dat afgeleid is van het kleine none-akkoord van A-mineur
(vijfden trap), en is bijgevolg daarmede naar A-mineur
uitgeweken; bij 3) verschijnt het dominant-septime-akkoord
van F-majeur, en daarmede begint de uitwijking in dezen
toonaard, waarop dan akkoorden uit denzelven volgen en
er ook in gesloten wordt. Het laatste geval, wanneer namelijk
in een anderen toon dan in den hoofdtoon gesloten wordt,
noemt men- ook overgang, ter onderscheiding van eene
eenvoudige uitwijking, die slechts kort en voorbijgaande
intreedt.
269. JFat verslaat men door grondtoon, hoofdtoonaard?
Dien toonaard, waarin een muziekstuk begint en sluit,
en die doorgaans daarin de heerschende is.