Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
keurig genomen grondtoon met zijne terts en quint of, wat
hetzelfde is, uit twee boven elkander liggende tertsen
bestaat.
Brieklank.

233. Wat is een septime-a/ci-oo?-rf/*
Een uit vier tonen bestaand akkoord (vierklank), dat
uit den grondtoon met zijne terts, quint en septime, of
uit drie boven elkander gelegen tertsen is samengesteld.
Septime-akkoord
•i
234. Wat is een none-akkoord ?
Een uit vijf toonen te zamen gesteld akkoord (vijfklank),
dat uit den grondtoon met zijne terts, quint, septime en
none, of uit vier boven elkander gelegen tertsen bestaat.
None-akkoord,
•i
235. Is er van elk dezer stam-akkoorden slechts ééne soort ?
Neen, er zijn van ieder verscheidene soorten.
236. Hoe vele soorten van drieklanken zijn er ?
Vier: de groote of majeur-drieklank, — de kleine of
mineur-drieklank, — de verminderde, en de vergroote.
237. Hoe is de groote drieklank samengesteld ?
Uit den grondtoon met zijne groote terts en reine quint:
dat is dus eerst eene groote en daarboven eene kleine terts.
Groote drieklank.
I
P:
238. Waarin onderscheidt de groote drieklank zich van
den kleinen?
Daarin, dat bij den kleinen de eerste terts klein en de
tweede groot is.
Kleine drieklank.
■i