Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
2)
Uitvoering:
Wanneer de triller met den hoofdtoon begint, als bij
1), dan doet de naslag bij eiken afzonderlijken triller eene
goede uitwerking; vangt de triller met de hoogere noot
aan, dan kan men, naar verkiezing, den naslag ook
telkenmale aanbrengen of dien weglaten en alleen na den
laatsten doen hooren, zooals bij 2).
223. TFat is een praaltriller?
Een korte triller zonder naslag. Het teeken daarvoor is
boven of onder noot.
of
i

i
224. Wat is een mordant?
De kortste soort van triller, met slechts twee voornoten.
Het teeken daarvoor IS yvv.
Schrijfwijze:
I I I I I I
AV yw A^ ^ tW
-J---

ES
i



Utvoering:


225. Hoe worden al deze figuren met een algemeenen
naam uitgedrukt ?
Men noemt ze versierselen.
226. Maar wanneer het daarbij altijd heet: zóó worden
ze geschreven, en zóó worden ze uitgevoerd, wßarom
schrijft men ze dan maar niet in eens neder zooals zij
moeten worden uitgevoerd; dat zou immers in elk geval
het veiligste wezen ?
Bij sommige, zoo als bij den triller en den kettingtriller,
worden door de teekens, eene menigte noten uitgespaard.