Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
a)
i
Schrijfwijze:
^ b)
Uitvoering;
i

Men ziet dat behalve de noot, waarboven het teeken
staat, er nog ééne hooger en eene lager wordt gespeeld.
Welke noot eerst moet gehoord worden, wordt aangewezen
door het begin der figuur : van boven naar beneden, zoo
als bij a, of van beneden naar boven, zoo als bij b.
Behalve op deze, moet er nog op de volgende schrijf-
wijzen van den dubbelslag acht gegeven worden.
i
1)
—f—
2)
f7
Schrijftvijze:
3)
8
4),
fS

1)
1
2)
Uitvoering
3)
4)

sä ^
De kleine noot bij 1) beteekent dat met deze moet worden
aangevangen, en dan eerst de drie andere volgen. De t
boven het teeken bij 2) duidt aan dat de hooge, de laatste
noot, verlaagd moet worden. De andere bijvoegingen van
# en i7 enz., zullen wel zonder nadere verklaring uit de
voorbeelden duidelijk zijn.
Staat de dubbelslag tusschen twee noten, dan wordt
hij, zoo na mogelijk, bij de tweede gevoegd, zooals bij
5). Staat achter de eerste noot eene stip, dan moet de
dubbelslag ook met die stip geëindigd zijn, zoo als bij 6)
5) __Schrijfwijze: ^
i