Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
189. Aangezien de maaldeelen ook in kleinere noten
kunnen gesplitst worden,. welken naam geeft men dan aan
deze laatste ?
Men noemt ze maat/erfen.
190. Hoe worden de maatleden geaccentueerd?
Op dezelfde manier als de maatdeelen. Wanneer b. v.
eene kwartnoot in twee achtsten verdeeld wordt, dan heeft
de eerste achtste het accent, de tweede niet, Jj'; wordt
de kwartnoot in eene triole verdeeld, dan valt de klemtoon
op de eerste achtste, fff enz.
191. Daar in eene maatsoort heel verschillende en zeer
samengestelde notenfiguren kunnen voorkomen, k v. in eene
4/4 maat de volgende:
a.
b.


hoe kan men in zulke moeielijkt gevallen terstond de juiste
indeeling en het accentueeren bepalen?
Eerst zoeke men ten naasten bij de gemakkelijkste noten-
groep op — welke in het bovenstaand voorbeeld uit de derde
kwart is ontstaan — dan zal men die, welke de tweede kwart
uitmaakt, gemakkelijker onderscheiden, en wordt het ten
slotte duidelijk, dat de eerste acht noten, zoowel als de
laatste acht, tot kwartnoten kunnen herleid worden.
192. Hier blijft echter nog altijd de moeielijkheid over,
om die acht, of vijf, of twee noten, naar hunnen graad
van snelheid of langzaamheid, behoorlijk als kwarten voor
te dragen; hoe helpt men zich daarbij!'
Dan herleidt men die notengroepen tot kleinere deelen;
in de bovenstaande maat b. v. in plaats van gelijk bij a
tot kwarten, zoo als bij b tot achtsten.
193. Hoe vindt men den Juisten (ijdduur bij groote
7iotenwaardijen ?
Op dezelfde wijze. Men telt de maatdeelen, en houdt
volgens deze de noten aan: b. v.