Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
eene halve tweemaal zoo lang als eene kwartnoot, enz.
IIoc laitg de tijd der noten echter duren moet, kunnen
wij uit haren vorm alleen nog niet gewaiir worden. Dit
tracht men te bepalen door zekere woorden, die boven
aan het begin van elk muziekstuk geplaatst worden, b. v.
Adagio — langzaam; dit beteekent dan, dat de geheele
noot op eene langzame manier moet genomen en alle
andere notenwaarden daarnaar afgemeten worden.
166. Dit is ec/ilnr bijna even onbepaald als de figuur
der noten: want in de opvatting van het woord langzaam
kan er immers zoo veel verschil plaats hebben?
Ongetwijfeld; maar in dit opzicht heerscht onder de toon-
kunstenaars eene zekere overeenstemming, die echter, wel
is waar, alleen door mondelinge mededeeling kan ver-
kregen worden.
167. Is er geen nauwkeuriger middel dan deze overeen-
stemming ?
Ja; er is een klein werktuig, door Winkel te Amsterdam
uitgedacht en door Maelzel te Weenen volmaakt, Hiü metro-
noom (tijd- of maatmeter) wordt geheeten. Het is een uurwerk
met een slinger, die in graden is verdeeld; de nommers
der graden staan achter den slinger op eene schaal aange-
teekend, en zijn zoodanig gesteld, dat zij tevens aanduiden
hoeveel slagen het werktuig in eene minuut doet. De slinger
is van een verschuifbaar gewichtje — een stukje lood —
voorzien, zoodat hij kan verkort of verlengd worden,
waardoor dus sneller of langzamer slingeringen worden te
weeg gebracht. De graden loopen van 40 tot 208; veertig
slingeringen in eene minuut is alzoo het langziuimste tempo,
208 het snelste. Heeft nu de componist boven een muziek-
stuk gezet b. V. J = 60 Maelzel's Metr., dan schuift de
exécutant het gewichtje op graad 60 van den slinger, brengt
dien in beweging, en elke slag geeft nauwkeurig den tijd-
duur aan, dien de componist zich voor eene kwartnoot
heeft voorgesteld; de speler kan dan gemakkelijk daarnaar
den tijdduur van alle andere notenwaarden in dat stuk
afmeten.
168. Welke verschillende aanwijsingen voor het tempo
zijn er?
4