Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
denzelfden tijd als de twee andere, en dus zoo veel sneller
moeten worden gespeeld, b. v.

O O W 1
P r s: l r 1 r -r-r-f- " 'IJ' TlJ- y Cl' a
enz.
Triole halve noten. Triole kwarten. Triole Säten. Triple IGilen. Triole 3?ät«n.
123. Is deze schrijfwijze voldoende?
Voor een geoefend speler wel; om echter alle mis-
vatting voor te komen, plaatst men gewoonlijk boven de
figuur eene 3, en boven de 3 een boogje, b. v.
f
3
P P
r r r
rr
b^r
enz.
124. Komt de triole altijd onder dezen vorm voor, dat
is, wordt elk derde deel altijd afzonderlijk aangeslagen?
Neen; somtijds worden wel eens twee derde deelen —
hetzij de twee eerste, ot de twee laatste — bijeengetrokken.

a.
h.
-rr-rr-TT
I
T-r^-
óf door een verbindingsboogje, zoo als bij a, óf door de
grootere noot daarvoor in de plaats te stellen, zoo als bij b.
De laatste schrijfwijze is de meest verkieselijke.
125. Waarom?
Omdat zij eenvoudiger is en daardoor beter in het oog
valt. Zoo als zij bij a staat aangegeven, zijn er twee boogjes
noodig, één voor de triole zelve, en één dat de bijeen-