Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
G
I
c — C—a
I
F.
De toon, die in het midden staat, is de aangenomen
maje«r-grondtoon; de daarboven en daaronder geplaatste
groote of kapitale letters wijzen de beide naast verwante
majeur- toonsoorten aan; de rechts en links staande kleine
letters doen het de naast verwante jwt/ieMr-toonsoorten.
Nemen wij D-majeur als hoofdtoon aan, dan wordt de
figuur voor de verwantschapte toonsoorten als volgt:
A
I
d—D—h
I
G.
Van eene mineur-toonsoort uitgaande, wordt de ver-
wantschap in den eersten graad op de volgende wijze
voorgesteld:
A—a—C
I
d.
113. Hoe vinden toij al de verwanten in den tweeden
graad van eene majeur-toonsoort ?
Door van elk der vier naast verwante tonen weder die
vier, welke het naast aan ieder van hen verwant zijn, op
te zoeken. Deze laatste zijn de verwanten in den tweeden
graad.
Met C-majeur, weten wij reeds, zijn in den eersten
graad C-majeur, F-majeur, a-mineur en c-mineur, ver-
want. Wannéér wij nu den met C in den eersten graad
verwanten majeur-toon C tot het middelpunt eener nieuwe