Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
ééne majeur, en ééne mineur, hoe is dan aan een muzielc-
sluk Ie zien, in welke van beiden het bepaald gezet is?
Een Iventeeken daartoe vinden wij in de akkoorden, die
bij den aanvang van het stuk voorkomen; dit kan echter
eerst later uiteengezet worden. Een tweede kenteeken geeft,
in den regel, de laatste lage toon van een muziekstuk.
Staan b. v. drie t' bij den sleutel, dan kan de toonsoort
c-mineur of es-majeur zijn. Is nu de laatste lage toon c,
dan is de toonsoort c-mineur; is de laatste lage toon echter
es, dan is de toousoort es-majeur.
HOOFDSTUK IX.
Verwantschap der tonen.
106. Wat zijn verwantschapte toonsoorten?
Zulke, die verscheidene tonen met elkander gemeen
hebben. Zoo zijn b. v. c-majeur en g-majeur zeer nauw
met elkander verwant; want g-majeur heeft slechts éénen
anderen toon dan c-majeur, namelijk fis, in plaats van f.
l)-majeur is met c-majeur eveneens verwant, maar niet
zoo na als g-majeur: want d-majeur heeft twee andere
tonen dan c-majeur, namelijk fis in plaats van f, en cis
in plaats van c.
107. Hoe heeten deze nauwe en meer verwijderde ver-
wantschapsbetrekkingen?
Graden van verwantschap.
108. F-Majeur heeft, even zoowel als g-majeur, maar
éénen toon, die met c-majeur verschilt; welk onderscheid
is er tusschen deze verwantschap?
Geen; g-majeur en f-majeur zijn met c-majeur even
nauw, in denzelfden graad verwant.
109. Hoe kan men den nauweren of meer verwijderden
graad van verwantschap tusschen de majeur-toonsoorten
gemakkelijk onderkennen ?