Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
nolen, die dit aangaat, te vermijden, trekt men bij de
maatstreep, waar de nieuwe toonsoort aanvangt, nog eene
tweede, en schrijft daarachter de vereischte voorteekening,
terwijl men tevens, waar het noodig is, door herstellings-
teekens de vroegere opheft, b. v.

103. Bij de majeur-too?isoorlen, die hierboven opr/egeven
zijn, ontbreken de toonladders van cis en ces, benevens
hare parallelen; waarom zijn die weggelaten?
Omdat zij op veel eenvoudiger wijze voor te stellen zijn.
Cis-majeur zou vóór elke noot een kruis vereischen, terwijl
des-majeur — de toonsoort, welke er harmonisch mede
gelijk staat — slechts vijf t heeft. Ces-majeur zou vóór
elke noot een t vereischen; b-majeur, de enharmonisch
gelijke toonsoort, is met vijf it voor te stellen. Evenzoo is
het met de parallelen, waarbij somtijds zelfs nog ver-
scheidene dubbelkruisen en dubbelmollen zouden noodig
worden.
104. Wat verstaat men door paralleltoonsoorten ?
Eene majeur- en eene mineur-toonsoort, die dezelfde
voorteekening hebben; derhalve ligt de mineur-paralleltoon
eene kleine terts lager dan de majeur-toonsoort, en om-
gekeerd natuurlijk de majeur-paralleltoon eene kleine terts
hooger dan de mineui--, b. v.
c-majeur, paralleltoon van a-mineur,-
a-mineur, paralleltoon van c-majeur.
Zoo is nu uit de reeks van toonsoorten op blz. 27 onder
1) opgegeven, gemakkelijk elke paralleltoonsoort te vinden.
Begeert men den parallel van eene majeur-toonsoort te
weten, dan wijst de bovenste letter de majeur-, en de
daaronder staande de mineur-toonsoort met gelijke voor-
teekening aan. Wil men, omgekeerd, den parallel van
eene mineur-toonsoort weten, dan wijst de onderste letter
de mineur , de daarbovenstaande de majeur-toonsoort met
gelijke voorteekening aan.
105. Daar elke voorteekening twee toonsoorten kan gelden.