Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
24


1111
1 1
1 1 1
92. Waartoe deze drieërlei onderscheidene volgorde der
tonen bij het mineur-loongeslacht ?
De eerste is meer eigenaardig bij de samenstelling van
. laddereigene harmoniën; de tweede is meiodiscA. aangenamer
voor het oor, zoo als later blijken zal.
HOOFDSTUK VIII.
X)e toonsoox-ten.
93. Wat verstaat men door toonsoort?
De opeenvolging der toontrappen, overeenkomstig een der
beide toongeslaehten, van een aangenomen toon uitgaande.
94. Hoeveel toonsoorten zijn er?
Twaalf majeur- en twaalf mineur-toonsoorten.
95. Hoe worden zij gevormd ^
Als wij van eiken toon, naar verkiezing, uitgaande, de
volgorde der toontrappen in de toonladders van c-majeur
en a-mineur, die men als model-toonladders aanneemt,
nauwkeurig navolgen.
Wanneer wij b. v. als aanvangstoon voor de vorming
van het majeur-toongeslacht g nemen, dan volgen de tonen
met hunne oorspronkelijke namen op de volgende wijze
op elkander:
g — a — b
1 1
■c — d — e — f—g
1 1 ' 1
Vergelijken wij echter deze opeenvolging van geheele
en halve tonen met die, welke wij hierboven voor het
majeur-toongeslacht hebben opgegeven, dan bevinden wij,
dat zij niet geheel met elkander overeenkomen, want nu