Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
tegenstrijdigheden, die in de harmonie-leer in het oog
loopen. Zoo noemt Weber b. v. de gi-oote quart eene
groote, en de uit hare omkeering ontstaande verminderde
quint eene kleine; nochtans noemt hij den drieklank, die
in de laatste ligt, den verminderden! En voorzeker kan
hij niet anders; want wilde hij den laatsten ook een kleinen
noemen, dan zouden wij twee verschillende soorten van
kleine drieklanken hebben, éénen met eene kleine terts
en daarboven liggende gi'oote terts, en éénen uit twee
boven elkander liggende kleine tertsen bestaande. Om deze
redenen hebben wij de vroegere benamingen der intervallen
behouden.
8.3. Wat zijn enharmonische intervallen?
Zulke, die wel op dezelfde toetsen worden aangeslagen,
maar op den notenbalk op verschillende trappen door noten
worden voorgesteld. Zoo zijn b. v. de intervallen c~dis
en C—es in toonsafstand geheel gelijk en worden op de-
zelfde toetsen aangeslagen, maar niet op dezelfde wijze ge-
schreven, c—dis namelijk als vergroote seconde, c—es als
kleine terts. Dit is ook het geval met elk ander interval, dat
op meer dan eene wijze kan geschreven worden, b. v. met
c—ais (vergroote sexte) en c—b (kleine septime); c—cis (ver-
groote prime) en c—des (kleine seconde). Schrijft men nu
zulk een interval eerst op de eene en dan op de andere wijze,
dan zegt men: het interval is enharmonisch verwisseld.
84. Welke intervallen zijn consoneerende (welluidende)?
De reine octave, de reine éénklank, de reine quart, de
reine quint, de kleine en groote terts, en de kleine en
groote sexte.
85. Welke intervallen zijn dissoneerende (ivanklinkende)?
Alle seconden, septimen en nonen, de vergroote prime,
de verminderde en vergroote tertsen en sexten, de ver-
minderde en vergroote octaven.
86. Zijn er werkelijk wanklinkende intervalleu?
Eigenlijk niet; de dissoneerende onderscheiden zich
van de consoneerende alleen daardoor, dat de eerste
') Dissonanten. ') Consonanten.