Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
twaalfden trap — dnodecime;
dertienden » — tredecime;
veertienden u — quartdecime ;
vijftienden « — quintdecime.
66. Teil men die trappen altijd van onder af naar boven ?
In den regel, ja; wil men die echter naar beneden ge-
teld hebben, dan wordt er onder bijgevoegd, b. v. onder-
seconde , onder-terts of onder-mediant, onder-quint of
onder-dominant enz.
67. JFaarom telt men verder dan lot den achtsten trap,
daar toch van dezen af weder dezelfde tonen voorkomen?
Men heeft die onderscheidene benamingen noodig bij
sommige regels in de harmonie-leer, waarvan hier echter
geen sprake kan wezen.
68. Wat beteekent interval ?
Tusschenruimte.
69. Wat duidt dat woord in de muziek aaii ?
Het drukt de onderlinge verhouding tusschen twee tonen
uit, beschouwd in betrekking tot hunnen afstand van
elkander. Zoo stellen in bovenstaande toonladder de eerste
en tweede trap, c—d, de verhouding eener seconde voor;
c—e de verhouding eener terts, enz. overeenkomstig met
de namen der trappen op de voorgaande tabel.
70. Zijn ei' nog andere intervallen ?
Met hoofdnamen zijn er niet. Aangezien echter de toon-
trappen door verplaatsingsteekens kunnen verhoogd of ver-
laagd en alzoo op verschillende manieren kunnen gewijzigd
worden, zoo heeft elk hoofdinterval verscheidene neven-
soorten , die door de bijvoegelijke naamwoorden groot,
klein, verminderd, overmatig of vergroot, en rein uitge-
drukt worden: c—g b. v.
is eene quint; e—ges
^ en c—gis ^ ^ zijn het ook. Nu heet c—g
echter eene reine, c—ges eene verminderde, c—gis eene
vergroot»; want zoo lang de intervallen op denzelfden trap
staan, blijven zij, zoo als daar even is aangemerkt, hun
hoofdnaam behouden.