Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
10

48. Waarom gebruikt men toch meer dan éénen sleutel?
Eén sleutel is niet genoeg om de geheele rij tonen ge-
makkelijk leesbaar voor te stellen; er zouden te veel hulp-
lijnen noodig worden, waardoor het oog licht in verwarring
zou geraken. Zie maar eens b. v. hoe gi-oot F in den
viool-sleutel zou moeten geschreven worden:

HOOFDSTUK V.
Over de verhoogings-, verlagings- en
herstellings teekens
49. Wat beteekent het teeken ]jj vóór eene noot?
Dat niet de toon, welken de noot eigenlijk aanwijst,
moet gehoord worden, maar die, welken de naastvolgende
hoogere toets aangeeft, onverschillig of die volgende hoogere
een boven- of een ondertoets is.
50. Hoe wordt zulk een verhoogde toon genoemd?
Aan den oorspronkelijken naam van den toon wordt de
lettergreep is toegevoegd.
Van c wordt cis;
e
f
9
a
b
ets;
fis;
gis;
ais;
bis.