Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
30. Wordt met den naam toonladder altijd de geheele
reeks van tonen, door alle octaven heen, bedoeld ?
Neen; de volledige toonladder is reeds in een octaaf
begrepen.
31. Maar hoe heten de tonen der boventoetsen ?
Hierover zal nader in het vijfde hoofdstuk gehandeld
worden.
32. Heeft de geheele toonreeks, die hierboven is opge-
geven, nog geene andere onderscheidende benaming ?
Ja; men noemt de benedenhelft daarvan — namelijk de
contra-tonen benevens het groot en klein octaaf — de»»
Bas; de bovenhelft: den Discant.
HOOFDSTUK III.
Over het notenschrift.
33. Door ivelke teekens worden de tonen zichtbaar voor-
gesteld ?
Door zwarte, ronde stippen • en door ovalen O, welke
noten heeten.
34. Hoe kunnen zulke noten de verschillende hoogte en
laagte der tonen aanwijzen ?
Door hare plaatsing op den notenbalk.
35. Waaruit beslaat de notenbalk ?
Uit vijf horizontaal en evenwijdig loopende lijnen be-
nevens de daartusschen liggende ruimten.
Notenbalk:
36. In welke orde worden deze lijnen en tusschenruimten
gesteld ?
Van beneden naar boven, te weten:
HJnen: Tuiichenruimten: