Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
139
Violino 1 of Violino 1 of Corni.
Violino 2 J5 Violino 2 jj Tromboni.
Viole n Viole n Timpani.
Bassi n Bassi n Bassi enz.
498. Is hel niet onverschillig welke orde men kiest
Wèl voor den componist, maar niet voor den dirigent.
In het belang van den laatsten mocht wel een bepaald
voorschrift worden aangenomen, waaraan alle componisten
zich stiptelijk hielden : want de dirigent moet met éénen
blik de geheele bladzijde der partituur overzien, en dan
zou het gemakkelijker zijn, wanneer hij in elke partituur
ieder instrument op dezelfde plaats vond, dan dat hij bij
het heerschende gemis van eenparigheid de fluit b. v. dan
eens op den bovensten, dan weder op eenen der lager
staande balken zoeken moet.
499. Is het parlituurlezen en partiluurspelen niet zeer
moeielijk ?
Ongetwijfeld; daartoe behoort de kennis der harmonie,
en er wordt veel oefening toe vereischt.
.500. llestaat er geen goede studeer- en oefeningsmethode
om heide aan te leeren ?
Eenige wenken zijn daartoe wel te geven, ten naasten
bij op de volgende wijze:
1) Men oefene zich om^ zooveel mogelijk overal de hoofd-
melodie uit te leeren vinden, die niet onafgebroken
in ééne stem ligt, maar dikwijls tusschen zeer ver-
schillende instrumenten verdeeld is; aanvankelijk neme
men tot die studie partituren voor weinige stemmen,
quartetten, quintetten, enz.
2) Heeft men daarin zekere vaardigheid verkregen, dan
beproeve men om nevens de hoofdmelodie ook te
gelijk den bas te kunnen in het oog houden, en
vervolgens om dien daartegen te spelen.
3) Daarna beproeve men om nevens den vorigen nu
ook de beide middelstemmen van het quartet te leeren
overzien.
4) Nu kan men tot samengestelder orkestpartituren over-
gaan. Voor den mingeoefende doet zich hier echter