Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
dachten daarin, wordt somtijds het Icaraliter van een ge-
heel stuk door de componisten op den titel aangeduid, bijv.
Sonata mélancolique, eene droefgeestige sonate, enz.; of
zij geven een bepaald onderwerp, eene bepaalde voor-
stelling aan, welke hun muziekwerk met tonen schilderen
zal, zoo als Beethoven in zijne sonate //Les adieux,
rabsence et Ie retour,//^—Mendelssohn in zijne ouverture
voor den //Sommernachtstraum,// — //Meerestille
und glückliche Fahrt// — Berlioz //Uit het leven
eens kunstenaars,// enz.
494. Zijn deze aanwijzingen genoegzaam tol eene kunst-
matige voordracht?
Neen; met al deze aanwijzingen zal de exécutant niet
volkomen in den geest van het stuk indringen, wanneer
hij zijn eigen gevoel niet met dat van den kunstenaar kan
en mag vereenzelvigen. Dit is evenwel niet te leeren; het
is eene gave der natuur. Ecliter zijn er ook hierover wel
eenige wenken te geven, want ofschoon het gevoel dec
mensch niet kan gegeven worden, zoo is er toch ook geen
mensch, of hij heeft gevoel; en al is het dan wellicht bij
den een wat gemakkelijker op te wekken dan bij den ander,
zoo kan het toch ook bij moeielijker op te wekken naturen
door zekere middelen fijner en dieper gevormd worden.
Voor de beoefenaars der toonkunst is in dit opzicht het
best, om veel goede muziek te hooren en te spelen. Verder,
een onophoudelijk streven om zich van elke compositie de
hoofduitdrukking, het hoofdgevoel dat daarin ligt, recht
duidelijk te maken en in zijn eigen gemoed op te nemen.
Daar nu geen gevoel zich geheel tn onveranderlijk in den-
zelfden graad staande houdt, maar zich in velerlei schakee-
ringen, afwisselingen, rijzen en dalen openbaart, zoomoet
de exécutant zich door dikwijls herhaald onderzoeken en
navorschen een helder bewustzijn van alle soortgelijke on-
merkbare overgangen trachten te verwerven, opdat zoowel
het geheel als elk bijzonder onderdeel hem eindelijk als
een volmaakt en bloeiend beeld voor den geest sta, in
zijne uitvoering overga, en hij daardoor de zielen der toe-
hoorders evenzeer opwekken als roeren moge.