Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
440. Wat beteekent c. a. of col arco ?
Het beteekent //met den strijkstok» en wil zeggen,
dat de strijkstok weder gebruikt moet worden.
441. Wat zijn diMele grepen ?
Wanneer twee, drie of alle vier de snaren te gelijk,
of toch zóó snel achter elkander worden gestreken, dat
zij wezenlijk te gelijk klinken , of dat men ze toch gelijk-
tijdig meent te hooren.
442. Wat zijn blaas- instrumenten?
Zulke speeltuigen, waarbij het geluid wordt voortgebracht
met behulp van een mondstuk of van een klankgat, als:
de fluit, het octaaf-tluitje, de oboë, de Engelsche hoorn,
de klarinet, de basset-hoorn, de fagot, de bas-hoom, de
ophicleïde, het serpent, de bas-tuba, de hoorn , de trompet,
de bazuin.
443. Welken omvang heeft de fluit ?
Doorgaans van ééngestreepte C tot driegestreepte A, en
ook wel tot viergestreepte C. Hare noten worden in den
viool-sleutel geschreven.
444. Welken omvang hee/t het octaaf-fluitje ?
Omtrent denzeltden als de groote fluit: van ééngestreepte
D tot driegestreepte A. Zijne noten staan in den viool-
sleutel, maar klinken een octaaf hooger dan de groote
fluit. Behalve deze zijn er nog terts-fluiten. Es-fluiten
enz.
445. Welken omvang heeft de oboë ?
Van ééngestreepte É tot driegestreepte F; zij heeft haar
notenschrift in den viool-sleutel.
446. Wat voor een instrument is de Engelsche hoorn?
Eene soort van oboë, waarvoor in den vioolslentel
wordt geschreven, maar die een quint lager klinkt:
gesclireven:
1
klinkt:
'1
TS-
447. Welken omvang heeft de Engelsche hoorn ?
Van ééngestreepte C tot driegestreepte E; ook wel tot G.
3}J
maai
gescj
wijz
dooj
ges
klil