Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
123
Even als die voor de pianoforte.
427. Hoe veel miaren heefl de guitar?
Zes.
428. Welke tonen geven die aan ?
De volgende:
a.
b.
i

Zy worden in den viool-sleutel, dus een octaaf hooger
geschreven, zoo als bij b, en klinken bij gevolg een octaaf
lager, zoo als bij a. Men kan de geheele chromatische
schaal daarop doen hooren.
429. Hoe wordc-n de strijkimtrumenten behandeld?
Hunne snaren worden door een stokje, dat met paarden-
haar bespannen is, tot trilling gebracht.
430. Hoeveel snaren heeft de viool?
Vier, en wel van de volgende toonhoogten:
i

431. Hoe groot is de omvang van de viool?
Van klein G, door alle halve tonen heen, tot drie-
gestreepte A en nog hooger.
432. In welken sleutel staan hare noten geschreven?
In den viool-sleutel.
433. Hoeveel snaren heeft de alt-viool ?
De vier volgende:
Haar omvang is tot tweegestreepte G en nog hooger; hare
noten worden in den alt-sleutel, de hoogste somtijds in
den viool-sleutel geschreven.