Boekgegevens
Titel: Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Auteur: Lobe, Joh. Chr.; Keuskamp, D.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: F.J. Weygand & comp, 1878
's Hage: Gebr. Giunta d'Albani
8e dr; 1e dr.: 1857
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200011
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: muziektheorie: algemeen
Trefwoord: Muziektheorie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Catechismus der muziek: inhoud en grondbeginselen der algemeene muziekleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
eveneens; de derde zinsnede is eene nog vrijere sequenz;
de derde periode — herhaling van de eerste — heeft geene
verdere verklaring noodig.
De kiem, waaruit dit stukje is ontwikkeld, ligt alzoo
in de beide eerste maten, of in de eerste zinsnede:
V
i

w
HOOFDSTUK XXIX.
Over het wezen der stemmen.
317. Wat verslaat men in de muziek door stem?
In een engeren zin ten eerste de geschiktheid om te
kunnen zingen in het algemeen, zoowel ten opzichte van
het onderscheid naar het geslacht, vrouwen- en mannen-
stem, als naar de soorten van vrouwen-en mannenstemmen:
sopraan, alt, tenor, bas, enz. In een ruimeren zin verstaat
men er door elke reeks van tonen op zich zeiven genomen,
waardoor er dan éénstemmige, twee-, drie-, vier- en nog
meerstemmige muziekstukkeu zijn.
318. Hoe noemt men in hel algemeen een éénstemmig stuk?
Solo.
319. Hoe een tweestemmig?
Duo, Duet.
320. Hoe een driestemmig?
Voor instrumentaalmuziek een Trio, voor zangmuziek
een Terzet.
321. Hoe een vierstemmig?
Quartet of Quatuor; en zoo voortgaande Quintet,
Sextet, Septet, Octet, Nonet, tot groote, volstem-
rnige orkeststukken.
322. Is elke afzonderlijke reeks van tonen, of met an-
dere woorden, is elke stem uit modellen en sequenzen
gevormd ^
Ja.